397 Geërfdenorganisatie, vanaf 1838 dorpspolder, Dreumel 1761 - 1958


Hoofdcategorie 1 Openbaar bestuur
Subcategorie 1.1 Bestuursinstellingen
Hoofdcategorie 7 Waterstaat
Archiefvormer Dorpspolder Dreumel (1761-1958)
Periode 1761 - 1958
Bereik en inhoud De dorpsgemeenschappen in het rivierengebied tussen Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen kenden vóór de Bataafs-Franse tijd een vergadering van geërfden (grondeigenaren). Deze geërfdendorganisaties regelden niet alleen de lokale waterstaatszorg, maar ook allerlei andere zaken van gezamenlijk belang, zoals het onderwijs, het toezicht op kerkelijke instellingen, armenzorg, wegenonderhoud, etc. De dagelijkse gang van zaken werd geregeld door een schout en twee buurmeesters. De dorpsgemeenschappen / geërfdenorganisaties stonden onder toezicht van de, sinds de 13e eeuw bestaande, ambtsbesturen onder leiding van een ambtman, de vertegenwoordiger van de landsheer, later de Staten van Gelderland. Het betrof het “Ambt van tussen Maas en Waal” en het “Ambt Rijk van Nijmegen”. Dreumel hoorde tot het eerstgenoemde ambt.

De eerste kaden in het rivierengebied tussen Maas en Waal lagen dwars op de rivier en achter de dorpen langs de kommen en beschermden de dorpsgebieden tegen het water van de stroomopwaarts gelegen gronden en het water uit de komgebieden. Ieder dorp zorgde voor de eigen afwatering op de rivier (Wie het water deert, het water keert). Aanvankelijk lagen langs de rivieren geen kades. Pas begin 14e eeuw kwam in het gebied tussen Maas en Waal een gesloten dijkring tot stand. Het toezicht op die bandijken, het onderhoud en herstel van de bandijken en de zorg voor de hoofdontwatering van de streek werden toevertrouwd aan dijkstoelen. Aanvankelijk vormden het ambtsbestuur van tussen Maas en Waal en het ambtsbestuur van het Rijk van Nijmegen uit hun midden één dijkstoel, die echter in 1328 werd gesplitst in twee afzonderlijke dijkstoelen, een per ambt. De ambtman fungeerde ook als dijkgraaf.

De dijkstoel van Maas en Waal schouwde ook de Maasdijken in Mook en Heumen. De hoge heerlijkheid Batenburg had een eigen (particuliere) dijkstoel, maar de (hoge) Dijkstoel van Maas en Waal had het recht daar de bandijk (ook) te schouwen.

Na de bedijking werd het ook de ontwatering van de streek meer centraal geregeld. Vanaf de 14e eeuw waren er twee door het hele gebied van oost naar west lopende weteringen. De Oude en de Nieuwe Wetering, met sluizen die uitwaterden op de Maas en keersluizen, die moesten voorkomen dat de hoger gelegen plaatsen naar eigen goeddunken hun water zouden lozen en daarmee de lagergelegen dorpen schade zouden berokkenen. Bij die hoofdwatergangen in de streek hadden beide ambten belang. Om onderlinge problemen zoveel mogelijk te voorkomen werden die watergangen vanaf 1678 door de ambten gezamenlijk beheerd (de “Gecombineerd Schouw”), Vanaf 1827 werd die toestand nader gereglementeerd en in 1882 trad een nieuw reglement in werking waarbij formeel het “Waterschap De Gecombineerde Waterlossing van het Rijk van Nijmegen en Maas en Waal” tot stand kwam.

De geërfdenorganisaties verloren vanaf 1798 en zeker vanaf de instelling van de moderne burgerlijke gemeenten in 1810 de meeste taken aan de (burgerlijke) gemeentebesturen, behalve dan de lokale waterstaatszorg. Omdat de taakverdeling tussen beide instanties echter niet precies werd omschreven, bleven de geërfdenorganisaties in sommige dorpen behalve die waterstaatstaken ook nog lang sommigen taken behartigen die op het eerste gezicht wat “wezensvreemd” lijken. Zo hoorden het onderhoud van wegen (behalve die over de bandijken) nog tot diep in de twintigste eeuw tot de taken van de dorpspolders. Na de Bataafs-Franse tijd gingen de geërfdenorganisaties in afgeslankte vorm door als dorpspolders-avant-la-lettre. Meestal is het niet tot een verdeling van archivalia tussen dorpspolder en gemeentebestuur gekomen. In veel dorpen zijn stukken van de geërfdenorganisatie van vóór 1810 dus blijven berusten onder de dorpspolders, vaak niet alleen de stukken die handelden over de lokale waterstaatszorg.

De ambtsbesturen in het Kwartier van Nijmegen kenden na de Franse Tijd een wat rudimentair bestaan. Feitelijk was er voor deze besturen geen taak meer na de invoering met de invoering per 1 januari 1818 van het bij Koninklijk Besluit van 11 februari 1817 vastgestelde 'Reglement voor het platteland van de provincie Gelderland', waarbij het platteland werd ingedeeld in hoofdschoutambten en schoutambten (gemeenten). Definitief werden de ambten opgeheven bij Koninklijk Besluit van 28 april 1825. De dijkstoelen bleven wel in stand.

Bij de invoering van het Reglement op het beheer der rivierpolders in Gelderland (meestal kortweg het Rivierpolderreglement genoemde) per 1 januari 1838 werden de bestaande geërfdenorganisaties officieel omgedoopt tot “dorpspolders” met een meer afgebakende taak ten aanzien van de lokale waterstaatszorg. Het rivierpolderreglement betekende ook het einde van de dijkstoelen in Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen. Per die datum kwamen de polderdistricten Maas en Waal en Rijk van Nijmegen tot stand, die bestuurd werden door een algemeen bestuur (het “Gecombineerd College”) en een dagelijks bestuur (de “Dijkstoel”). Aan die districten werden niet alleen het beheer van de bandijken en de hoofdwatergangen in het gebied toevertrouwd, maar ook het toezicht op de inliggende dorpspolders. Dreumel ressorteerde onder het Polderdistrict Maas en Waal.

Per 1 juli 1944 werden de beide districten en het “Waterschap de Gecombineerde Waterlossing van het Rijk van Nijmegen en Maas en Waal” samengevoegd tot het “Polderdistrict Rijk van Nijmegen en Maas en Waal”.

In de dorpspolders kwam in 1838 een definitief einde aan de oude bestuursinrichting van schout en buurmeesters. Voortaan had iedere dorpspolder een (dagelijks) polderbestuur, onder leiding van een voorzittend poldermeester, welke samen met de geërfden, de geërfdendag (algemeen bestuur) uitmaakte. Gedeputeerde staten benoemden de poldermeesters voor zes jaar op voordracht van de geërfdendag.

Met de invoering van het nieuwe Rivierpolderreglement per juli 1934 werd de geërfdenvergadering vervangen door een polderraad waarin naast de poldermeesters de hoofdingelanden zitting hadden, die via verkiezingen gekozen werden door de geërfden. Het polderbestuur (dagelijks bestuur) werd voortaan de vergadering van poldermeesters genoemd.

De dorpspolders in Maas en Waal en in het Rijk van Nijmegen zijn per 1 juli 1958 opgeheven. Voortaan werden, niet alleen de bovenlokale, maar ook de lokale waterschapsbelangen behartigd door het polderdistrict.
Omvang 7,4375 m.
Openbaarheid Openbaar
Verantwoording In 1965 werden de archieven van de dorpspolders en buitenpolders van Maas en Waal en het Rijk van Nijmegen beschreven in één, doorlopend genummerde, inventaris. Later werden door het RAN voor de diverse archieven afzonderlijke toegangen aangemaakt. In 2022 werd een groot aantal aanvullingen verwerkt in die toegangen en bestond het voornemen om de archieven van de dorpspolders en buitenpolders ook fysiek afzonderlijk te bergen en per archief te hernummeren.

Het in de titel van de inventaris vermelde beginjaar is het jaar van het oudst bewaard gebleven stuk en dus niet van de oprichting van de organisatie. Het eindjaar is het jaar waarin de polder werd opgeheven.
Verwerving Het archief is in 1972 door het Polderdistrict Maas Waal in bewaring gegeven aan het Gemeentearchief Nijmegen.
Aanvullingen In 2022 is uit een grote hoeveelheid aanvullingen op diverse archieven van waterschappen bij het RAN, ook een aantal stukken toegevoegd aan de archieven van de dorpspolders en buitenpolders.
Selectie Ontleend aan de inventaris van 1965:
Eerder werd het gedeelte tot 1944 geïnventariseerd. Bij die eerste bewerking werden o.a. kasboeken, registers van ontvangst en uitgaaf alsmede kohieren van belastingschuldigen uit de archieven verwijderd. Waarschijnlijk zijn ook een aantal stukken betreffende de werken door de polder uitgevoerd aan deze uitdunning ten slachtoffer gevallen.
Een groot aantal stukken, waarvan het belang voor de archieven niet is gebleken of waarvan verwacht mag worden dat zij in vollediger in het archief van het polderdistrict aanwezig zijn, zijn uit het geheel verwijderd. Dit geldt derhalve voor: stukken betreffende het rivierpolderreglement, aanschrijvingen van Gedeputeerde Staten van Gelderland, Prov. Waterstaat enz. van onderscheiden algemene aard, Provinciale Bladen, gedrukte ingekomen stukken, agenda's voor vergaderingen van de polderraad, volmachten voor verkiezingen, opgaven van eigendomsovergangen, stukken betreffende de verkiezingen van hoofdgeërfden voor het polderdistrict, stukken van de Gelderse Waterschapsbond en de Unie van Waterschapsbonden, statistische gegevens betreffende waterschapsfinanciën, stukken betreffende betaling van polderlasten (i.c. uitstel van betaling) alsmede stukken betreffende het zgn. vereveningskapitaal en alle bescheiden van de door de dorpspolders gebruikte girorekeningen. Eveneens zijn uit de archieven verwijderd dubbelen van rekeningen en begrotingen. Indien mogelijk is de in het polderdistrict zelf berustende serie van rekeningen en begrotingen hiermede gecompleteerd.

Aanvulling 2022:
In 2022 zijn uit de archieven van de dorps- en buitenpolders ter vernietiging geselecteerd de bijlagen bij de jaarrekeningen, (hulp)kasboeken en kohieren van belastingschuldigen van ná het boekjaar 1945/1946 tot aan de opheffing van die polders per 1 juli 1958. Als de jaarrekening en/of de grootboeken (registers van ontvangsten en uitgaven ingedeeld naar begrotingsposten) over een bepaald jaar niet bewaard zijn gebleven, zijn de genoemde stukken echter bewaard.
Ordening Het jaar 1838, het jaar van de invoering van het Rivierpolderreglement, is als basis genomen voor de beide hoofdrubrieken in de inventaris. Opgemerkt wordt dat in een aantal gevallen het archiefgedeelte van vóór 1838 deels samenvalt met het archief van het, hetzelfde gebied omvattende, dorp of kerspel.
Taal en schrift Nederlands
Verwante archieven De archieven van het ambtsbestuur, de dijkstoel en de polderdistricten (aanwezig bij het Regionaal Archief Rivierenland) bevatten veel stukken met betrekking tot de inliggende dorpen / geërfdenorganisaties / dorpspolders.
Publicaties A.M.A.J. Driessen en G.P. van de Ven, In de ban van Maas en Waal. Waterschapszorg in verleden, heden en toekomst, z.pl. 2004.

H. van Heiningen, Tussen Maas en Waal. 650 Jaar geschiedenis van mensen en water, Zutphen 1971.
AanvraaginstructieOpenbare archiefstukken kunnen via de website en in de studiezaal van het Regionaal Archief Nijmegen worden aangevraagd. Om een archiefstuk aan te vragen via onze website, gebruikt u de knop ‘Aanvragen’ op de detailpagina van het archiefstuk. Om een archiefstuk in de studiezaal aan te vragen noteert u op een aanvraagbriefje de naam van het archief en het inventarisnummer van het betreffende archiefstuk. Zie voor adres en openingstijden de website: https://regionaalarchiefnijmegen.nl.
Citeerinstructie Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met een verkorte aanhaling. Volledig: "Regionaal Archief Nijmegen (RAN), 397 Geërfdenorganisatie, vanaf 1838 dorpspolder, Dreumel 1761 - 1958, inventarisnummer …." Verkort: "RAN, verkorte titel archief, inv.nr. …".