| Bereik en inhoud | Teneinde, na de tot standkoming der Generale Unie, het centrale gezag zo veel mogelijk te versterken, poogden de Staten Generaal de steeds dringender benodigde geldmiddelen centraal te verkrijgen n.l. door de heffing van "gemene middelen", d.w.z. door in alle gewesten op gelijke voet geheven belastingen, voornamelijk op gebruiksvoorwerpen en op in- en uitvoer. In 1578 werd een aanvang gemaakt met de inning dezer gemene middelen, waardoor de gewestelijke zelfstandigheid op belastinggebied aanmerkelijk werd bekort. Vgl. ook Gosses en Japikse, Handboek tot de Staatkundige Geschiedenis van Nederland, 's Gravenhage 1920, blz. 34-36. |
|---|