282 Nederlands Hervormde Gemeente Overasselt en Nederasselt 1639 - 1967


Rubriek: 2.2.5.3 Landerijen en Opstallen
3 Landerijen en opstallen
Archiefvormer
Geautoriseerde naamNederlands Hervormde Gemeente Overasselt en Nederasselt
Soort entiteitOrganisatie
Type instellingParticulier
Datering1639-1967
PlaatsOverasselt
Nederasselt
 Zie uitgebreide beschrijving in Kennisbank Huis van de Nijmeegse Geschiedenis
Geschiedenis van het archiefDe archieven van de kerkeraad en de kerkvoogdij zijn redelijk compleet bewaard gebleven. Over het archief van de kerkeraad zijn diverse aantekeningen en vermeldingen gevonden, maar over dat van de kerkvoogdij vrijwel niets. In de rekening van het diakoniefonds over 1831 staat vermeld dat de in die rekening genoemde obligaties in de kerkenkist liggen "ten huize van de kerkvoogd"(45). Of dit betekent, dat de kerkvoogd het archief van de kerkeraad in huis had, of dat het beheer van het kapitaal van de diakonie toén aan de kerkvoogd opgedragen was, is niet duidelijk. De predikant was in die tijd tevens administrateur van de diakonie.

Wanneer W.K.J. van Doorne predikant is (1852 - 1868) wordt het archief van de kerkeraad bij de predikant thuis bewaard en wanneer van Doorne wegens ziekte vervangen wordt door een consulent wordt door de kerkeraad besloten: "De archiefkist blijft ten huize van Mevr. van Doorne"(46). Enige jaren later wordt, naar aanleiding van onenigheid over de pastoriegoederen besloten om daarop stukken, berustend in het archief van het Classicaal Bestuur van Nijmegen, op te vragen en op te nemen in het archief van de kerkeraad. Het blijkt niet of het hier stukken betreft van het archief van het Classicaal Bestuur of van de kerkeraad(47).

In 1879 vertrekt de predikant H.J. Wunder en krijgt de consulent W.J. Coenen het archief "compleet" overgedragen van de kerkeraad. Dan blijkt ook, dat het archief al weer sinds langere tijd bij de koster thuis bewaard wordt in een houten kist met een hangslot. Een van de ouderlingen vindt één slot niet veilig genoeg en belooft voor een tweede hangslot te zullen zorgen(48).
In 1888 wordt door de kerkvisitatoren het archief gecontrolerd en in orde bevonden. Enige maanden later bemerkt de predikant G.L. Krol echter, dat een legger van het predikantstraktement ontbreekt. Dan krijgt de kerkeraad het archief toevertrouwd, maar op welke plaats het dan bewaard wordt, is niet te achterhalen(49). Rond deze tijd besluit de kerkeraad ook om het archief in orde te brengen.

Wanneer de kerkvoogd op een gegeven moment weigert om de pachtopbrengst van "De Kerkekamp" af te dragen aan de diakonie, voorzover deze daar recht op zou hebben probeert de predikant om in het archief bewijsstukken te vinden van dat recht van de diakonie. Dit lukt hem niet. In de volgende kerkeraadsvergadering wordt het archief, dat blijkbaar in de nabijheid staat, tevoorschijn gehaald, maar "het bijna zeker niet bestaande stuk" wordt niet gevonden. De ouderlingen en diakenen vertrouwen echter de predikant niet helemaal. Zij eisen dat het archief voortaan geplaatst wordt in de kamer, waar de kerkeraad vergadert en dat de kist voorzien wordt van twee sloten, zodat niemand alléén bij de archiefstukken kan komen. De bovengenoemde ouderling had kennelijk het beloofde hangslot niet aangebracht. De-notulerende-predikant schrijft zelf dat de diaken G. Jansen "het niet bij den Predikant vertrouwt". want Jansen weigert stukken, die in het archief thuis horen, af te geven "eer hij zekerheid heeft, dat niets uit dat archief verloren gaat"(50). Ook bij deze naspeuringen naar bewijsstukken wordt geen enkele vermelding over het archief van de kerkvoogdij gedaan. Ondanks de geuite vermoedens dat er wel eens wat zoek raakt, was het toch nodig om in 1897 een grotere kist voor het Kerkeraadsarchief te laten maken(51).

In 1899 vraagt en krijgt de gemeentesecretaris van Over- en Nederasselt de oude doopboeken te leen, met de bedoeling om er afschriften van te maken ten behoeve van het archief van de burgerlijke gemeente(52). Twintig jaar later krijgt de kerkeraad - en ook de kerkvoogdij - opdracht om een opgave te verstrekken aan de algemeen rijksarchivaris van de aanwezige archivalia van vóór het jaar 1816, waarna de Algemene Synodale Commissie die stukken samen met die van de andere Hervormde Gemeenten in Nederland zal beschrijven in een "algemeenen inventaris"(53). Hiervoor worden in 1922 de daarvoor in aanmerking komende stukken opgestuurd naar Den Haag. De heer F.G. Knipscheer maakt bij die gelegenheid een index op de doop- en trouwinschrijvingen, die voorkomen in de opgezonden registers(54). Aangezien in het archief geen opgave gevonden is, welke stukken opgestuurd zijn en of ze wel of niet (compleet) teruggekomen zijn, nemen we aan dat alle opgezonden stukken weer op de juiste plaats teruggekeerd zijn.

Wanneer de predikant J. Jonker in 1945 met emeritaat gaat, mag hij op de pastorie blijven wonen, omdat hij vanaf dat moment als hulpprediker gaat en later echter besluit de kerkeraad dat het archief uit de pastorie weggehaald moet worden, omdat het te lastig is om voor allerlei stukken steeds bij Jonker te moeten aankloppen. De ouderling Van Stralen zal proberen "het oude archief..... los te krijgen"(55). Of hij het niet geprobeerd heeft of dat het hem niet gelukt is, weten we niet, maar vier maanden later schrijft de consulent een briefje aan Jonker, waarin hij hem verzoekt de gelegenheid te bieden om het archief op te laten halen(56). Waarschijnlijk is het toen overgebracht naar de consulent en na de benoeming van R. van Alphen tot predikant weer naar de pastorie.

In maart 1954 komt er een brief binnen van het Centraal Toezicht op de kerkelijke archieven in Den Haag, waarin een bezoek van een deskundige wordt aangekondigd om het archief eens na te kijken en indien nodig "orde op zaken te stellen". De toenmalige predikant Van Alphen zal dit wel overbodig gevonden hebben, aangezien hij van mening was, dat het archief niets voorstelde. Naar aanleiding van de rondvraag in de kerkeraadsvergadering van 21 februari 1955 notuleerde hij: "Br. Janssen vraagt aan Voorz: of er aan de hand van het Kerkelijk Archief, geen historie te vertellen zou zijn over de Prot. Gemeente in O. en Nederasselt, maar aangezien het Kerkelijk Archief niets dan waardeloos materiaal bevat, zal dit niet te doen zijn"(57). Gelukkig is niet tevens besloten om het archief dus maar weg te gooien.

De eerste vermelding van het archief van de kerkvoogdij vinden we in 1902, wanneer de kerkvoogd op verzoek van het Provinciaal College van Toezicht op het beheer der kerkelijke goederen en fondsen enige informatie verstrekt over het archief. Het is "voorzoover ik zulks hebbe kunnen nagaan...behoorlijk geïnventariseerd", zegt hij. Er zijn rekeningen vanaf 1770 en in verschillende pakketten akten van transport, bewijzen van eigendom, correspondentie, notulenboeken en andere bescheiden. Het archief wordt in een eikenhouten kist bewaard bij de kerkvoogd thuis(58). Het Provinciaal College van Toezicht stelt voor om het archief in een van de kerken te bewaren, maar de kerkvoogd en notabelen wijzen dat af "aangezien deze NIET vochtvrij zijn en in beide 's-winters wordt gestookt". Het archief blijft daarom bij de kerkvoogd thuis(59). Zoals de kerkeraad krijgt ook de kerkvoogdij het verzoek om aan de algemeen rijksarchivaris - tijdelijk werkzaam in het belang van de archieven der Nederlandsche Hervormde Kerk - een opgave te verstrekken van de aanwezige archivalia van vóór 1816. De rijksarchivaris biedt tevens aan om, zo nodig, een inventaris te vervaardigen, om daarvoor in aanmerking komende stukken te restaureren en om het archief te bewaren "tot dat over een definitieve behoorlijke bewaarplaats van Uw archief te zamen met dat van den kerkeraad Uwer gemeente zal zijn beslist"(60). Hoe de kerkvoogd op dit aanbod gereageerd heeft, is helaas niet gebleken.

45. A.O.N., inv.nr. 148
46. A.O.N., inv.nr. 2, notulen kerkeraad 23 nov. 1866
47. Idem, 21 aug. 1868
48. Idem, 10 aug. 1879 en 23 nov. 1879
49. Idem, 26 apr. 1888 en 1 juli 1888
50. Idem, 13 dec. 1889, 6 jan. 1890, 28 mrt. 1890, 18 apr. 1890
51. A.O.N., inv.nr. 3, notulen kerkeraad 18 febr. 1897
52. Idem, 22 jan. 1899
53. A.O.N., inv.nr. 24; zie ook Archieven Hervormde Gemeenten te Heumen en Malden, inv.nr. 59
54. Nederlands Archievenblad 1922/1923, Groningen 1923, 33-35. Uitgave van de Vereniging van Archivarissen in Nederland
55. A.O.N., inv.nr. 4, notulen kerkeraad 13 juni 1948
56. A.O.N., inv.nr. 35, brief 21 okt. 1948
57. A.O.N., inv.nr. 4, notulen kerkeraad 21 febr. 1955
58. A.O.N., inv.nr. 308, brievenboek 20 aug. 1902
59. A.O.N., inv.nr. 308, brievenboek 25 juni 1903; idem, inv.nr. 275, notulen kerkvoogdij 8 juni 1903
60. A.O.N., inv.nr. 291, brieven 22 jan. 1921 en 11 april 1922