546 Collectie Codices [circa 1000 - 1730]


Rubriek: 1 Archief
Geschiedenis van het archiefHet merendeel van deze handschriften en vroege drukken is in de loop van de negentiende eeuw uit de oude stadsbibliotheek en de archieven, aanwezig in het stadhuis, overgeheveld naar het inmiddels niet meer bestaande gemeentelijk Museum van Oudheden. Sinds de samenvoeging in 1940 van dit museum met het gemeentearchief maken deze codices deel uit van de verzamelingen van het gemeentearchief. De handschriften en vroege drukken die de gemeente Nijmegen in de vorige eeuw aan het museum in beheer gaf waren haar eigendom, maar hoe en wanneer de stad ze heeft verworven valt niet meer met zekerheid te achterhalen. De eigendomsaantekeningen, die zijn aangebracht op de dek- of schutbladen van de boeken, tonen in ieder geval onomstotelijk aan dat twintig van de banden uit de collectie eens behoorden tot de boekerijen van Nijmeegse kloosters. Het gegeven dat de meeste boeken met een ex-libris van een der kloosters geen latere eigendomsmerken dragen, wijst erop dat zij in de eeuwen na de secularisatie van de kloosterbezittingen niet verspreid in bezit zijn geraakt van verschillende opvolgende eigenaren, maar dat zij steeds één eigenaar hebben gehad. En dan een eigenaar die te onverschillig tegenover dit bezit stond om het met zijn naam tot het zijne te bestempelen. Zo'n achteloze eigenaar zou weleens heel goed het protestantse Nijmeegse stadsbestuur kunnen zijn geweest. Het is immers niet onaannemelijk dat, toe na de reformatie de stad Nijmegen de kloosterbezittingen aan zich trok, ook de boekerijen van de kloosters, zij het vermoedelijk slechts voor een deel, in handen van de stad zijn geraakt. Dat de stad boeken uit de voormalige kloosters in bezit had blijkt in 1626, wanneer zij een aantal "boecken uuyt die coventen gecommen" overdoet aan de (protestantse) boekhandelaar Arndt Cornelis op voorwaarde dat hij daar andere boeken voor teruglevert. Ook voor een aantal banden zonder eigendomsmerk bestaan aanwijzigingen voor een herkomst uit Nijmeegs kloosterbezit. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het psalmencommentaar waarop een vervolgdeel aan sluit met het ex-libris van het klooster Hessenberg.3 Ook zijn er twee werken aanwezig die gezien hun inhoud typisch bestemd moeten zijn geweest voor gebruik in een klooster.4 Het is denkbaar dat deze twee boeken ooit los aan de verzameling zijn toegevoegd, maar het is verleidelijker om aan te nemen dat zij van begin af aan deel hebben uitgemaakt van een restantverzameling aan boeken uit Nijmeegse kloosters, waarvan het, zoals hierboven gezegd, niet denkbeeldig is dat de stad ze na de reformatie in bezit had.Van enkele boeken met een particuliere eigendomsaantekening is het min of meer aannemelijk dat zij na de dood van hun bezitter zijn nagelaten aan een der Nijmeegse kloosters. Voor de boeken van de particuliere eigenaren Godefridus Helmondt en Dirk van Vianen mogen we dit slechts vermoeden.5 Meer zekerheid bestaat ten aanzien van de boeken van twee Nijmeegse nonnen. Zo heeft zuster Geertruid Hackfort in haar prekenboek van Johannes Tauler aangetekend dat het na haar dood "int gemein" moest komen, wat dus betekent dat zij haar boek naliet aan haar klooster. 6 Hetzelfde zal gebeurd zijn met het simpele "liber usualis" dat zuster Elisabeth Kividts van het klooster Bethlehem ooit bezat.7 In de collectie zijn boeken uit vier van de oude Nijmeegse kloosters aanwezig. Dat zij bewaard zijn gebleven is te meer belangwekkend, omdat de archieven van die vier kloosters nagenoeg geheel verloren zijn gegaan.Zo resteert althans nog een deel van het cultuurgoed dat eens in de kloosterlijke schrijf- en studeervertrekken aanwezig moet zijn geweest. Het grote klooster Hessenberg had kennelijk een zo omvangrijke boekerij dat het loonde aparte stempels met de naam van het klooster aan te schaffen om de boeken van een eigendomsmerk te kunnen voorzien. 8 De meeste boeken uit aanwijsbaar voormalig kloosterbezit zijn dan ook van dit klooster afkomstig. Het waarschijnlijk kleinere klooster Mariënburg is met vijf boeken goed in de collectie aanwezig, terwijl het kloostertje Bethlehem en het Agnietenklooster elk met één handschrift vertegenwoordigd zijn.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit item

Plaats een reactie

Uw naam
Uw e-mailadres
Reactie