357 Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, departement Nijmegen 1817 - 1997


Rubriek: 1.2.2.4.1 Leesinrichting voor den Nijveren Stand
Archiefvormer
Geautoriseerde naamMaatschappij tot Nut van 't Algemeen, departement Nijmegen
Soort entiteitOrganisatie
Type instellingParticulier
Datering1817-1997
PlaatsNijmegen
 Zie uitgebreide beschrijving in Kennisbank Huis van de Nijmeegse Geschiedenis
Opvolger(s)Stichting Gemeenschappelijke Openbare Bibliotheek Nijmegen
Geschiedenis van het archiefHet archief van het Departement stond vanaf de aanvang onder het beheer van de secretaris van het Departementsbestuur. Van tijd tot tijd werden archiefstukken van opgeheven commissies aan de secretaris overgedragen, uitgezonderd de archiefstukken van de Spaarbank van 1850 aangezien deze instelling van het Departement in 1915 een zelfstandige stichting werd. Volgens het successiebeginsel zijn de stukken van deze Spaarbank uit de periode 1850-1915 overgegaan naar de nieuwe stichting.
Aangenomen mag worden dat de secretaris in de beginperiode de stukken thuis bewaarde. Zeker is dat, na de aankoop van de twee panden op de hoek van de Hertogstraat en de
St. Canisiussingel in 1917, het archief bewaard werd in het pand aan de Hertogstraat. De lopende zaken werden afgedaan in het kantoor aan de St. Canisiussingel. Of in 1958, toen de twee genoemde panden verkocht werden, het archief meeverhuisde naar het complex aan de Guyotstraat / Groesbeekseweg kon niet worden vastgesteld.

Uit de dienstcorrespondentie van het Gemeentearchief met het bestuur van het Departement over de inbewaringgeving kon wel met redelijke zekerheid vastgesteld worden dat het archief jarenlang op de zolder van een van de scholen van het Departement was opgeslagen.
Van een Vereniging die in 1974 het eindjaar van de periode dat het archief bestrijkt bijna 160 jaren bestond, en die bovendien zeer actief was geweest, mocht een archief van een zekere omvang worden verwacht.
De omvang van het archief bedraagt echter 6,5 meter. Dit betekent dat veel archiefstukken door slordig beheer als verloren moeten worden beschouwd. Een voorbeeld hiervan is dat alle ingekomen brieven vóór 1930 en alle doorslagen van uitgaande brieven vóór 1885 ontbreken.
Helaas moet geconcludeerd worden dat er een aanzienlijke leemte is aan onderzoeksmogelijkheden.