47 Commissie tot de Uitleg van de Stad Nijmegen 1875 - 1890


Rubriek: 1.5.1 Bestekken der ontmanteling
OrdeningNa de opheffing der commissie bleef Joh. H. Graadt van Roggen als wethouder belast met de aangelegenheden die verband hielden met de uitbreiding der stad. Zijn collectie is dan ook te beschouwen als een voortzetting van het archief van de commissie.

Het archief van de commissie, lopend van 1874 tot 1890, is naar de schijn goed bewaard gebleven. Wel vertonen zich hier en daar hiaten, doch het is zeer wel mogelijk, dat de schijnbaar ontbrekende stukken niet in het archief aanwezig zijn geweest.

Het archief was duidelijk verdeeld in twee grote afdelingen: de stukken en de tekeningen. Dit onderscheid moesten wij eveneens als uitgangspunt van de ordening nemen. In de inventaris zijn over en weer verwijzingen opgenomen, zodat duidelijk blijkt bij welke stukken de tekeningen behoren. Ook om redenen van practische aard, zoals bijvoorbeeld de opberging en de wenselijkheid van een gedetailleerde beschrijving van stukken en tekeningen, was deze wijze van ordening aan te bevelen.

In de stukken was geen andere orde aanwezig dan die, welke zich door de delen en enige bundels aanwees. Wij hebben daarom een volledige zaaksgewijze ordening en beschrijving toegepast en de stukken gerangschikt in een onderverdeling, waarvan het overzicht (zie bladz. 9) het schema biedt en waarop de index gedetailleerde toegangen geeft. De tekeningen waren geordend volgens een door Hofkamp vervaardigd register: overeenkomstig dit register dragen zij een opgeplakt nummer in rode cijfers. Deze ordening bevredigde om meerdere redenen niet. Wij hebben de tekeningen daarom in de inventaris opnieuw beschreven, doch de oude nummers gehandhaafd. Zodoende hebben de tekeningen hun juiste plaats in het archief gekregen en kon dezelfde beschrijvingsmethode voor alle tekeningen aangehouden worden.

Bij de deponering in het Gemeente-archief maakte het archief der commissie één ongeordende massa uit met de stukken der collectie Graadt van Roggen. Bij de inventarisatie bleek, dat deze bestanddelen noodzakelijk van elkander moesten gescheiden worden. Daar de afkomst of het doel der stukken niet altijd met zekerheid vastgesteld kon worden, is het mogelijk dat niet alle stukken of tekeningen in de juiste afdeling zijn gerangschikt. De punten van twijfel zullen waarschijnlijk geheel weggenomen kunnen worden na de ordening der stukken van de overeenkomstige periode uit het Gemeente-archief. Mede met het oog hierop kan deze inventaris slechts als een voorlopige beschouwd worden.

In het archief bevond zich een aantal stukken, dat duidelijk tot het Gemeente-archief behoorde. Deze stukken waren de commissie tijdelijk in handen gesteld, omdat zij ze voor de uitoefening van haar taak nodig had. Die stukken hebben wij teruggebracht naar hun eigen plaats in het archief: na de ordening van het Gemeente-archief komen de stukken, die voor de uitleg van de stad van belang zijn, vanzelf tot hun recht. Dan kan tevens overwogen worden, in hoeverre een gedetailleerde verwijzing tussen Gemeente-archief en archief der commissie nuttig en uitvoerbaar is. Het is zonder meer duidelijk, dat het archief der commissie niet de volledige en uitsluitende bron kan zijn voor de kennis van de ontmanteling en de uitleg der stad: de stukken uit het eigenlijke Gemeente-archief zijn even onmisbaar.

Het archief der Commissie en de collectie Graadt van Roggen zijn zo nauw aan elkander verbonden dat zij in één inventaris beschreven moeten worden. De collectie vult het archief op meerdere plaatsen aan, is in sommige opzichten de logische voortzetting ervan en verschaft waardevol documentatiemateriaal. Toch zijn de beide bestanddelen niet organisch aan elkaar verbonden: Wij vonden het daarom niet verantwoord ze in één ordening met een doorlopende nummering op te nemen. Het bezwaar tegen twee nummeringen - hetwelk zich niet om principiële, wel om practische redenen deed voelen - hebben wij weggenomen, door de verwijzingen naar de twee inventarissen in één index op te nemen.
BronnenJ.H. Graadt van Roggen, Ontmanteling en Uitleg der Stad Nijmegen (april 1874 tot juli 1907): hoofdzakelijk ontleend aan handschriftelijke aanteekeningen van wijlen den wethouder J.H. Graadt van Roggen, Nijmegen z.j.
J. Brabers (red.), Stadsgeschiedenis, geschiedenis van de oudste stad van Nederland, deel 3, negentiende en twintigste eeuw, Nijmegen 2005, p. 245-251.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit item

Plaats een reactie

Uw naam
Uw e-mailadres
Reactie