794 Gemeente Batenburg 1810 - 1983


Rubriek: 1.1.1.1 Vergaderstukken
1-12 Besluitenlijsten, geleidelijk overgaand in notulen, van vergaderingen van de Gemeenteraad, in 1914 - 1917 uitsluitend van openbare vergaderingen, 1818 - 1941, 1945 - 1961, 1 band; 12 deel
VerwervingDe gemeente Wijchen besloot in 1996 haar oude archieven tot en met het jaar 1983 te laten inventariseren door het Gemeentearchief Nijmegen, tegenwoordig Regionaal Archief Nijmegen. Dit gebeurde in het kader van een sterk door de provincie gestimuleerd plan om te komen tot regionaal archiefbeheer in het Rijk van Nijmegen en het Land van Maas en Waal. In 1997 werd het archief van de voormalige gemeente Batenburg ter inventarisatie overgeplaatst naar Nijmegen. Drie jaar later besloot de gemeente Wijchen om haar oude archieven blijvend in Nijmegen te laten berusten. Hiertoe heeft zij het Regionaal Archief Nijmegen formeel als haar archiefbewaarplaats aangewezen.
AanvullingenIn december 2015 is er een aanvulling gekomen van Registers Burgerlijke Stand huwelijken (1923-1932) en overlijden (1951-1960). In maart 2018 is er een aanvulling gekomen van het register Burgerlijke Stand Huwelijken 1933-1940.
SelectieHet oudste deel van het archief, tot ca. 1920, maakt een tamelijk volledige indruk. Alle grote series zijn min of meer volledig bewaard gebleven. Selectieve vernietiging van stukken uit de periode 1810 - 1919 heeft vermoedelijk niet plaats gehad. Uit de rubrieken en de dossiers uit de periode 1920 - 1983 is wel selectief vernietigd. Volgens Van Heiningen toonde W. Zweers, burgemeester en secretaris in de jaren 1939 - 1957, zich hierin bijzonder actief : 'Zijn weerzin tegen de administratieve rompslomp waarmee de wederopbouw gepaard ging, groeide met de toename van de hoeveelheid stukken, die hij dagelijks (...) ontving. Negentig procent van wat hem werd toegestuurd en van de formulieren welke hij moest beantwoorden had naar zijn mening voor het kleine Batenburg geen enkele betekenis (...). Zo kon het zijn dat hij de post dagenlang opspaarde en de 'bewerking' ervan begon met het zorgvuldig kapotscheuren en in de prullenmand gooien van alle uit Arnhem afkomstige brieven'. (1)
Uit het sinds 1957 gevormde archief zijn vanaf 1975 systematisch stukken ter vernietiging geselecteerd. Daarbij baseerde men zich op de wettelijk vastgestelde lijsten van voor vernietiging in aanmerking komende stukken in gemeentelijke archieven, uit 1948 en 1983. (2) In 1997, bij de overplaatsing van het archief naar Nijmegen, bleek een deel van de ter vernietiging geselecteerde archiefbestanddelen nog niet te zijn vernietigd.

Tijdens de inventarisatie is een aantal archiefbescheiden ter vernietiging geselecteerd op grond van de in 1983 in de Staatscourant gepubliceerde 'Lijst van voor vernietiging in aanmerking komende bescheiden uit de archieven van gemeentelijke en intergemeentelijke organen, dagtekenende van na 1850' en de daarop verschenen aanvullingen. Hierbij is de nodige terughoudendheid in acht genomen. Het belangrijkste argument voor deze terughoudendheid was dat er over kleine gemeenten als Batenburg relatief weinig andere omvangrijke historische bronnen voorhanden zijn. Bij aanvang van de inventarisatie bedroeg de omvang van het archief van het gemeentebestuur ongeveer 49 strekkende meter, exclusief de in het dynamisch archief van de gemeente Wijchen opgenomen stukken; slechts zeven meter zijn ter vernietiging voorgedragen en in 2001 daadwerkelijk vernietigd. Na inventarisatie bedraagt de totale omvang derhalve 42 strekkende meter.

1. Van Heiningen, Batenburg, 290 - 291.

2. Inv. nr. 1119; Gemeentehuis Wijchen, archief gemeente Wijchen sedert 1984, IZ - 2807 : stukken betreffende de vernietiging van archiefbescheiden (-2.07.353.22).
OrdeningOude orde, latere herordeningen.

Het archief bestaat voor een groot deel uit series. De meeste series spreken voor zich; de series ingekomen en uitgaande stukken uit de periode 1810 - 1919 behoeven wellicht enige toelichting. Voor de ingekomen stukken en bepaalde categorieën uitgaande stukken hanteerde de administratie in deze periode afwisselend het agendastelsel (waarbij men de stukken chronologisch rangschikte volgens de nummers waaronder zij in de agenda zijn geboekt) en enkele rubriekenstelsels (waarbij men de stukken naar onderwerp rangschikte tot rubrieken). Bij een latere herordening, vermoedelijk uitgevoerd in 1914 door de 'volontair ter secretarie' J. Janssen, verdwenen de rubrieken uit de voorafgaande periode. (38) Er kwam nu één grote,
chronologische serie 'ingekomen stukken' over de jaren 1810 - 1913.
De uitgaande brieven werden in de periode 1818 - 1919 afgeschreven in kopieboeken. Andersoortige uitgaande stukken, zoals ingevulde formulieren, staten, tabellen en verslagen,
werden in concept, minuut of afschrift hetzij bij de ingekomen stukken, hetzij apart bewaard. Hierbij was men overigens niet altijd even consequent. Zo werden de gemeenteverslagen nu eens bij de ingekomen stukken, dan weer in een aparte serie opgeborgen.
In de periode 1920 - 1957 hanteerde de administratie een rubriekenstelsel, waarbij de ingekomen én de uitgaande stukken onderwerpsgewijs zijn geordend tot rubrieken. Deze zijn overigens niet altijd exclusief: zo sluiten de rubrieken 'militaire zaken' en 'dienstplicht' elkaar niet uit.
Een belangrijke archivistische breuk ligt bij de invoering van het dossierstelsel, eind 1957. De stukken werden nu in principe zaaksgewijs geordend tot dossiers, die werden gerangschikt volgens de Basis-archiefcode van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het Registratuurbureau van de VNG liet zich in 1963 en 1965 lovend uit over de wijze waarop
het archief 'zeer deskundig door de gemeentesecretaris persoonlijk wordt verzorgd'. In 1974 echter bleek het sinds 1957 gevormde archief te zijn 'dichtgegroeid' en moest de gemeente geld uittrekken voor een algehele revisie. (39) De administratie is de Basis-archiefcode blijven hanteren tot de opheffing der gemeente.
Na de samenvoeging met de gemeente Wijchen zijn bepaalde archiefstukken die de administratie nog regelmatig raadpleegt, zoals de dossiers inzake de verlening van bouw- en hinderwetvergunningen, opgenomen in het dynamisch archief van die gemeente. In deze inventaris wordt naar de desbetreffende stukken verwezen door middel van 'blanco nummers'.


Oude toegangen.

De oudst bekende toegangen tot het gemeentelijk archief zijn twee 'inventarissen' uit ca. 1820 en uit 1873 (aangevuld in 1876 en 1881 - 1882). Anders dan de benaming doet vermoeden gaat het echter niet om archiefinventarissen (waarin de beschrijvingen der archiefbestanddelen systematisch zijn ingedeeld), maar om plaatsingslijsten, die de bestanddelen opsommen in de volgorde waarin zij ter secretarie zijn aangetroffen. Beide lijsten bevatten ook beschrijvingen van stukken uit het archief van het plaatselijk bestuur van vóór 1810. In de oudste plaatsingslijst zijn de beschrijvingen nog verdeeld over de hoofdstukken 'documenten van vóór de Fransche regeering', 'documenten van het Fransch bestuur', en 'documenten sedert den jaare 1814'. De latere plaatsingslijst maakt dat onderscheid niet. (40)
De eerste archiefinventaris in de moderne zin van het woord, kwam gereed in 1942. Hij werd samengesteld door H.F.J. Smeets uit Vught, oud-hoofdcommies ter provinciale griffie te
's-Hertogenbosch. Zoals uit de titel al blijkt, beschrijft deze 'Inventaris van het archief der gemeente Batenburg, 1754 - 1920' ook de reeds genoemde stukken van vóór de Franse tijd.
De inventaris bevat geen inleiding. Smeets onderscheidde de 'oude archieven tot 1818' en de 'nieuwe archieven 1818 - 1920'. Het eerste hoofdstuk kent geen onderverdeling in rubrieken,
wat wel het geval is bij het tweede hoofdstuk. Hoewel dat niet wordt vermeld, mag men aannemen dat de cesuur in 1818 is gelegd vanwege de inwerkingtreding van het provinciaal bestuursreglement voor het platteland (op 1 januari van dat jaar) en de gevolgen die dat had voor de archiefvorming : in 1818 ziet men inderdaad enkele series beginnen. Tegenwoordig wordt bij de inventarisatie van de archieven van plaatselijke besturen doorgaans de institutionele en archivistische cesuur aangehouden die ligt bij het begin van de Franse gemeente; wat Batenburg betreft dus in juli 1810. Dit was één van de redenen om het hele archief over de jaren 1810 - 1983 in één inventaris te beschrijven, en de enkele stukken uit de periode 1754 - 1810 in een apart plaatsingslijstje op te nemen. Daarnaast constateerden wij dat Smeets - vermoedelijk als gevolg van tijdgebrek - een aantal archiefbestanddelen onnauwkeurig had beschreven. Onderdelen van series waren soms niet herkend, beschrijvingen als 'Octroy de la commune de Batenburg' stelden menig gebruiker van de inventaris voor een raadsel, en ook de nummering en de verpakking van de archiefbestanddelen was niet altijd even gelukkig. Wat dit laatste betreft leverde vooral de grote serie 'ingekomen stukken' problemen op, onder andere doordat de stukken vaak in vrijwel onhandelbare pakken waren geborgen. Onduidelijk is overigens waarom Smeets zijn inventaris blijkens de titel laat eindigen in 1920, terwijl vrijwel alle belangrijke series eindigen in 1919. (41) Bijlage 1 bij deze inventaris bevat een concordans van de nummers in de inventaris uit 1942 met de nieuwe inventarisnummers. Overigens is Smeets' handgeschreven inventaris omstreeks 1984 uitgetypt. (42) Uit praktische overwegingen is dit typoscript hier beschreven bij het gedeelte van het archief waarop het betrekking heeft (1810 - 1957), hoewel het pas veel later is vervaardigd.
Vermoedelijk is er na de invoering van de zaaksgewijze ordening, eind 1957, aanvankelijk geen dossierinventaris aangelegd. De omvang van het dynamisch archief was nog beperkt; men zal de stukken, gerangschikt volgens de rubrieken van de Basis-archiefcode, ook zonder inventaris gemakkelijk hebben kunnen terugvinden.
Zoals gezegd besloot de gemeente in 1974 tot een algehele revisie van het sinds 1957 gevormde archief, die in 1975 werd voltooid. Vanaf die tijd werden er twee dossierinventarissen bijgehouden : één voor de te bewaren archiefstukken en één voor de op termijn te vernietigen en inmiddels vernietigde archiefstukken. De beschrijvingen van de te bewaren stukken zijn voorzien van een exclusieve nummercombinatie die verwijst naar de vindplaats. Zo'n nummercombinatie was samengesteld uit het volgnummer van een doos en het volgnummer van een archiefbestanddeel binnen die doos. (43) Bijlage 2 bij deze archiefinventaris bevat een concordans.
De beide dossierinventarissen op het archief uit de periode 1957 - 1983 werden kort na de opheffing van de gemeente vervangen door één nieuwe inventaris, waarbij men de bestaande
beschrijvingen van de te bewaren en op termijn te vernietigen archiefstukken in een logischere volgorde plaatste. De nummering van de te bewaren stukken bleef ongewijzigd, zodat de zojuist genoemde concordans (bijlage 2) ook op deze latere inventaris van toepassing is. (44) Hoewel de inventaris pas omstreeks 1985 is samengesteld en dus eigenlijk geen deel uitmaakt van het archief waarop hij betrekking heeft, is hij uit praktische overwegingen wel in deze archiefinventaris opgenomen.


Periodisering, indeling van de inventaris

Zoals gezegd begint deze archiefinventaris in juli 1810, toen er als gevolg van de instelling van de Franse gemeente sprake was van een institutionele en archivistische breuk met het verleden. De inventaris loopt tot de opheffing van de gemeente, per 1 januari 1984. Het archief bestaat uit twee gedeelten. De cesuur ligt bij de invoering der zaaksgewijze ordening, medio 1957. Stukken betreffende zaken waarin de besluitvorming ten tijde van de cesuur nog moest plaatsvinden, zijn in het laatste gedeelte geplaatst, evenals onderdelen van series die over de cesuur heen lopen.
In het eerste gedeelte van de inventaris (1810 - 1957) wordt onderscheid gemaakt tussen 'stukken van algemene aard' (waar men archiefbestanddelen aantreft die verscheidene onderwerpen tegelijk betreffen, zoals de notulen van de Gemeenteraad) en 'stukken betreffende afzonderlijke onderwerpen'. De indeling der 'stukken betreffende afzonderlijke onderwerpen' in rubrieken is ontleend aan de Basis-archiefcode van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Binnen de rubrieken zijn de beschrijvingen chronologisch geplaatst, tenzij een systematische indeling meer voor de hand lag. Het is voor de gebruiker wellicht verleidelijk om bij een bepaalde vraagstelling direct binnen de 'stukken betreffende afzonderlijke onderwerpen' te gaan zoeken in de van toepassing zijnde rubriek. Men zij er echter op bedacht dat een groot deel van het archief over de periode 1810 - 1957 is beschreven onder de 'stukken van algemene aard'. In veel gevallen verdient het dus aanbeveling om ook deze stukken te raadplegen. In het tweede gedeelte van de inventaris (1957 - 1983) wordt geen onderscheid gemaakt tussen 'stukken van algemene aard' en 'stukken betreffende afzonderlijke onderwerpen', daar de archiefvormer dit onderscheid ook niet heeft gemaakt. In deze periode zijn alle archiefbestanddelen, dus bijvoorbeeld ook de notulen van de Gemeenteraad, immers gerangschikt volgens de rubrieken van de Basisarchiefcode.
Zoals gezegd zijn de 'ingekomen stukken' over de jaren 1810 - 1913 aangetroffen als één grote chronologische serie, terwijl een deel van die stukken oorspronkelijk naar onderwerp was geordend tot rubrieken. Uit praktische overwegingen is tijdens de huidige inventarisatie besloten de oude rubrieken niet te herstellen. Dit zou de toegankelijkheid van de desbetreffende stukken, die alle zijn ingeschreven in agenda's, ook niet wezenlijk vergroten. Overigens zijn alle gemeenteverslagen die werden aangetroffen bij de 'ingekomen stukken' gelicht, en gevoegd bij de aparte serie gemeenteverslagen. Dit vereenvoudigt de raadpleging van deze belangrijke historische bron.
Een gering aantal bescheiden dat strikt genomen afkomstig is van zelfstandige archiefvormers (zoals de gemeenteontvanger, de ambtenaar van de burgerlijke stand, het college van zetters
voor de directe rijksbelastingen) is niet als aparte archieven behandeld. Dit zou de overzichtelijkheid van de inventaris niet ten goede komen. De beschrijvingen van de desbetreffende stukken treft men aan in de van toepassing zijnde rubrieken.

38. Inv. nr. 72: aantekening op de oude omslag.
39. Inv. nr. 284: brief van het Registratuurbureau der Vereniging van Nederlandse Gemeenten, 23 augustus 1955; inv. nr. 1117.
40. Inv. nrs. 374 - 375.
41. Inv. nrs. 284 en 376 - 378.
42. Inv. nr. 377. In 1964 constateerde de Provinciale Archiefinspectie de vermissing van Smeets' originele archiefinventaris. Pas in 1984, bij de verhuizing van het archief naar Wijchen, dook deze weer op. Vermoedelijk heeft men toen besloten de handgeschreven inventaris uit te typen. Verslag van de Provinciale Archiefinspectie over 1984.
43. Inv. nrs. 1118 - 1119.
44. Inv. nr. 1120.
BronnenVries, W. de. Bijdragen tot de geschiedenis van het rechterlijk bestel in Gelderland, I : rechtsgebieden gelegen in het kwartier van Nijmegen. Arnhem, 1965 (overdruk uit de Bijdragen en mededelingen der vereniging Gelre 49 - 60).
Adam, H.B.N.B., e.a. Inventaris van de archieven der gewestelijke besturen in de Bataafs-Franse tijd in Gelderland, 1795 - 1813. Arnhem, 1982 - 1983; 7 delen (Gelderse inventarissen reeks, nr. 21).
Bl�court, A.S. de. De organisatie der gemeenten gedurende de jaren 1795 - 1851. Haarlem, 1903.
Buurman, D.J.G. 'Schets van de opeenvolgende bestuursindelingen in Gelderland v��r de invoering van de provinciale wet van 1850'. Bijdragen en mededelingen der vereniging Gelre 57 (1958), blz. 23 - 50.
Duffhues, T., O. Moorman van Kappen en J. Roes. Verleden in het Land van Maas en Waal: bijdragen over 125 jaar notariaat Roes. Zwolle, 1993.
Gorissen, F. Niederrheinischer St�dteatlas / Geldrische St�dte, 1. Heft: Nimwegen. Kleef, 1956 (Publikationen der Gesellschaft f�r Rheinische Geschichtskunde, nr. 51).
Heiningen, H. van. Batenburg: eeuwenlang twistappel. Wijchen, 1987.
Hendriks, H.J.J., M.J. Steenkamer en A.G. Mustert. Nijmegen onder raadpensionaris, koning, keizer en souvereine vorst. Zutphen, 1971 (Geldersche Historische Reeks, nr. 2).
Jansen, J.A., m.m.v. J. van Gelder en H. van Heiningen. 'Wijchen'. Gemeentehuizen in Gelderland: van Aalten tot Zutphen; T. en J. de Roos (red.). Arnhem / Groningen, 1995 (Werken der vereniging Gelre, nr. 46).
Jappe Alberts, W. 'Was Batenburg een 'stad'? Iets over de middeleeuwse geschiedenis van Batenburg'. Tweestromenland: Maas en Waals tijdschrift voor streekgeschiedenis, nr. 38 (1982), nr. III, blz. 6 - 17.
Kocken, M.J.A.V. Van stads- en plattelandsbestuur naar gemeentebestuur: proeve van een geschiedenis van ontstaan en ontwikkeling van het Nederlandse gemeentebestuur tot en met de Gemeentewet van 1851. Den Haag, 1973.
Martens van Sevenhoven, A.H. 'Schets van de geschiedenis der burgerlijke gemeenten in Gelderland v��r de invoering der gemeentewet van 1851'. Jonkheer mr. A.H. Martens van Sevenhoven: een keuze uit zijn geschriften. Arnhem, 1977 (Werken der vereniging Gelre, nr. 35), blz. 203 - 257.
Mont� VerLoren, J.P. de, en J.E. Spruit. Hoofdlijnen uit de ontwikkeling der rechterlijke rganisatie in de Noordelijke Nederlanden tot de Bataafse omwenteling. Deventer, 1982; 6e druk.
Ramaer, J.C. Geschiedkundige atlas van Nederland : de Fransche tijd (1795 - 1815). Den Haag, 1926.
Ramaer, J.C. Geschiedkundige atlas van Nederland : het koninkrijk der Nederlanden 1815 - 1931). Den Haag, 1931.
Schulte, A.G. De Nederlandse monumenten van geschiedenis en kunst: het Land van Maas en Waal. 's-Gravenhage, 1986.
Statistieke beschrijvingen van de steden en het platteland van Gelderland, I : het kwartier van Nijmegen. Uitgegeven door P.D. Keijmel. Arnhem, 1971.
Volmuller, H.W.J. Nijhoffs geschiedenislexicon : Nederland en Belgi�. Den Haag / Antwerpen, 1981.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit item

Plaats een reactie

Uw naam
Uw e-mailadres
Reactie