546 Collectie Codices [circa 1000 - 1730]


1 Archief


Bestanddelen
Pelbartus de Themeswar Pomerium sermonum de Sanctis Hagenau, Henricus Gran, in opdracht van Johannes Rynman, 1501 Druk, papier, 1 + 358.bll., Latijn Vroegere bezitters: Klooster Hessenberg te Nijmegen ("Den Susteren op den Hesschberch tot Nymmeghen" op de voorzijde van het schutblad voorin). Aard werk: Boek met preken van de minderbroeder Pelbartus de Themeswar (overl. 1504) over heiligen in de volgorden van hun feestdagen volgens het kerkelijk jaar. Dit prekenboek is verdeeld in een winterstuk en een zomerstuk. Na de preken volgt vanaf fol. 356. vo nog een vita van St. Johannes Elemosynarius, patriach van Alexandrië. Voorin bevinden zich alfabetische trefwoordenlijsten op de inhoud van de preken van respectievelijk het winter- en het zomerstuk, elk gevolgd door een lijst van preken in de volgorde, waarin ze in het betreffenden jaargedeelte voorkomen. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz. 17 - Geurts 1989, blz. 158-159 - Van Dongen 1994, deel 3, blz. 77-78 Bijzonderheden: "Pomerium" (= pomarium) betekent letterlijk boomgaard. Geurts en Nissen en, in navolging van hen, ook Van Dongen geven ten onrechte als titel van dit werk op : "Sermones Quadragesimales Pomerii"., 1501, 1 deel
Jacob van Maerlant Der Naturen Bloeme: Proloog, Boek I vs. 1 - 232 en Boek II vs. 911 - 1382 s. 14cd Handschrift, perkament, 1 + 4 bll., Nederlands, membrum disiectum. Vroegere bezitters: - Aard werk: Volgens overlevering aangetroffen als vulling in een werk van Johannes Nyder (mogelijk Collectie Codices nr. 1). Fragmenten van het bekende werk van Jacob van Maerlant (1221/1235 - ca. 1300), waarin hij in versvorm een samenvatting geeft van de kennis die men in zijn tijd van de natuur had. "Der Naturen Bloeme" heeft Van Maerlant gebaseerd op het "Opus de Natura Rerum" van zijn tijdgenoot, de dominicaan Thomas van Cantimpré (1201 - 1263/1272). Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz. 35 - Geurts 1989, blz. 168, z.j., 1 deel
Richard van St. Victor De Trinitate Parijs, Henricus Stephanus, 1510 Druk, papier, 200 + 1 bll., Latijn Samengebonden met nummer 11 (1). Vroegere bezitters: Klooster Hessenberg te Nijmegen, zie Codices nr. 11 (1). Aard werk: Uitgave, bezorgd en van commentaar voorzien door de Franse priester en humanist Jacobus Faber Stapulensis (Jacques Lefèvre d' Étaples, ca. 1450 - 1536), van de verhandeling over de Heilige Drieënheid van de augustijner koorheer Richard van St. Victor (overl. 1173). Het commentaar van Faber is in een kleinere letter gezet. Op fol. 195. ro e.v. vindt men een opsomming van de gepresenteerde theologische stellingen in de volgorde waarin zij in dit werk voorkomen. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz. 13-14 - Geurts 1989, blz. 159 - Van Dongen 1994, deel 3, blz. 81-82, 1510, 1 deel
Jacobus Faber Stapulensis. Quincuplex Psalterium Parijs, Henricus Stephanus, 1509 Druk, papier, 2 + 292 bll., Latijn Vroegere bezitters:. Fraterhuis van St. Gregorius te Emmerik ("Pertinet fratribus domus Sancti Gregorii in Embrica" op het eerste schutblad). Aard werk: Synopsissen van eenmaal drie (fol. 5. ro - fol. 231. vo) en eenmaal twee tekstoverleveringen (fol. 232. ro - 289. ro) van het Boek der Psalmen, voorzien van commentaar door Jacobus Faber Stapulensis (Jacques Lefèvre d' Étaples, ca. 1450 - 1536). Het werk begint met een voorwoord van Jacobus Faber, gevolgd door korte prologen van St. Hiëronymus op de eerste drie tekstoverleveringen. Daarna volgen enige verschillend ingerichte tafels op de inhoud van de genoemde drie eerste tekstoverleveringen. Alle psalmteksten zijn in de Latijnse taal gesteld. De synopsis van de eerste drie teksten bevat: Psalterium Gallicum"," Psalterium Romanum" en "Psalterium Hebraicum". De tweede synopsis betreft de teksten van "Psalterium Vetus" en "Psalterium Conciliatum". Achterin in het boek begint op fol. 289.vo een overzicht van welke psalmen in welke (levens)omstandigheden raadzaam zijn om te bidden. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz. 23-24 - Geurts 1989, blz 159-160, 1509, 1 deel
Augustinus de Ancona Summa de potestate ecclesiastica Keulen, Arnoldus ther Hurnen, 1475 Druk, papier, 1 + 384 + 1 bll., Latijn Vroegere bezitters: (Klooster Hessenberg te Nijmegen). Aard werk: Uitgave van de suma over de geestelijke en wereldlijke macht van de paus uit 1320 van Augustinus Triumphus), 1243 - 1328. De uitgave vangt aan met een inhoudsopgave (directorium ad inveniendum titulos questionum etc.) op fol. 1. ro. Het eigenlijke werk begint op fol. 11 .ro en is onderverdeeld in 112 vraagstukken (questiones), waarin Augustinus de Ancona zijn stellingen vragenderwijs poneert en vervolgens beantwoordt. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz. 16 - Geurts 1989, blz. 157-158 - Van Dongen 1994, blz. 85-86, 1475, 1 deel
-Collectum quoddam quatuor evengelistarum -Sermones de Tempore Gelderland, 1446 - 1447 Handschrift, papier, 1 + 126 + 1 bll., Latijn Vroegere bezitters:. Johannes Zeller, daarna het klooster Gaesdonck en vervolgens het klooster Hessenberg te Nijmegen. (Op het voorste schutblad verso: "librium istum monasterio beate Marie in G(aes) donck Johannes Zeller legavit". Van deze tekst zijn de woorden "beate Marie in G(aes)donck" doorgehaald en vervangen door de bovengeschreven woorden "sororum tertio ordine beati Francisci op den Hezenberch in Novimagio". Een soortgelijke en eveneens deels doorgehaalde mededeling vindt men op fol. 62. vo. Op het dekblad voorin staat gestempeld:"Liber sororum super Hesenberch in Novimagio". Daaronder in handschrift: " Dit boeck hoirt den susteren op den Heesschenberch to Nymegen"). Aard werk: Dit handschrift bestaat uit 2 delen. Het eerste deel bevat van fol. 1. vo tot en met 59. vo een zogeheten evangeliënharmonie, dat wil zeggen een compilatie van de teksten van de vier evangeliën zodanig dat één doorlopend en compleet evangelieverhaal is ontstaan. In de marge is de tekst becommentarieerd in een eigentijdse hand. Op fol. 59. vo - 60. vo bevindt zich een hoofdstuksgewijze inhoudsopgave op dit eerste deel en op fol. 61. ro - 62. ro een lijst van aanbevolen teksten, ingericht volgens het tijdeigen. Het tweede deel begint op fol. 63. ro en bevat bouwstoffen voor preken voor zon- en feestdagen volgens het tijdeigen. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz. 11-12 - Geurts 1989, blz. 164 - Van Dongen 1994, deel 3 blz. 62-63, 1446 - 1447, 1 deel
Antoninus Florentinus Summa Theologica cum tabula Johannis Molitoris (pars I) Spiers, Peter Drach, 1487 Druk, papier + 410 + 1 bll., Latijn Codices nrs. en 5 behoren bijeen (twee delen van één werk) Vroegere bezitters: Klooster Hessenberg te Nijmegen ("Liber Sororum super Hesenberch in Noviomagio, gestempeld op het dekblad voorin). Aard werk: Uitgave van de summa van de heilige Antoninus Pierozzi of Antoninus Florentinus (1389 - 1459), dominicaan, theoloog en aartsbosschop van Florence. Het werk wordt voorafgegaan door alphabetisch-systematische repertoria van Johannes Molitoris op de inhoud van beide delen. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz. 15-16 - Geurts 1989, blz. 155 - Van Dongen 1994, deel 3, blz. 72-73, 1487, 1 deel
Robertus Holkot Super Sapientiam Salomonis (Keulen, Ulrich Zell; Conrad Winters de Homborch, 1480, ca. 1476) Druk, papier, 1 + 430 + 1 bll., Latijn Vroegere bezitters: Klooster Hessenberg te Nijmegen ("Liber Sororum super Hesenberch in Noviomagio" , gestempeld op het dekblad voorin). Aard werk: Uitgave van het commentaar op het boek Wijsheid van de 14de-eeuwse Engelse dominicaan Robertus Holkot (overl. 1349). Als theoloog was hij een vertegenwoordiger van het vooral in Oxford geleerde zogeheten Occamisme, genoemd naar William van Occam (ca. 1290 - 1350), wiens denkbeelden als Nominalisme of Via Moderna zich onderscheidden van de Thomistische Via Antiqua. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz. 14 - Geurts 1989, blz. 155 - Van Dongen 1994, deel 3, blz. 68-69, 1476 - 1480, 1 deel
Bernardus van Clairvaux Sommerstuck der sermoenen Sunte Bernarts des hoenichvloienden lerers Anonymus Een schoen historie van sancta Elisabeth, des conincks dochter van Ungarien (fragment) s. 15bc Handschrift, papier, 167 bll., Nederlands Vroegere bezitters: - Aardwerk: Preken van Bernardus van Clairvaux (1090 - 1153), lopende vanaf Hemelvaart tot aan het begin van het volgende kerkelijk jaar, het zogenaamde Zomerstuk. De preken zijn bedoeld als vroomheidsliteratuur. Fol 1. ro bevat het laatste deel van een verder verdwenen preek en het begin van de volgende preek met de aanhef: In den bedeldagen voir ons Heren Hemelvaert van dat ewangeli een sermoen. Na het " Zomerstuk" volgen: - Fol. 157 vo. Een merckelick sermoen Sunte Bernarts van vierehande schulde....., - Fol. 161 vo. Sunte Bernart scrijft in een sermoen ende setter soeven grade der gehoirsamheit...., - Fol. 163 ro. Van den twyste tuschen Babilonien ende Iherusalem; Sunte Bernarts parabole, - Fol. 166 ro. Van negen pinen der hellen wt Sunte Bernts epistel tot eenen priester, - Fol. 166 vo. Van den alders om Godswil te laten; ende is een epistel Sunte Bernarts...., Op fol. 167. vo begint de vermelde vita van Sint Elisabeth. Van dit heiligenleven is alleen het begin bewaard gebleven. Gelet op het feit, dat aan de genoemde reeks preken, schijnbaar zonder enig verband, een leven toegevoegd is van St. Elisabeth, die in Franciscaanse kringen vereerd werd als een der eerste vrouwelijke tertiarissen, is het niet onmogelijk dat het boek bedoel is geweest voor een kloostergemeenschap van vrouwen met een tertiarissenregel. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz 26-27 - Geurts 1989, blz. 161-162 - Van Dongen 1994, deel 3 blz. 108 - Helmut Lomnitzer, "Zu deutschen und niederländischen Uebersetzungen der Elisabethvita Dietrichs von Apolda", in: Zeitschrift für Deutschen Philologie, jrg. 89 (1970), blz. 54-65 en een terloopse vermelding op blz. 57. - Terloopse vermelding in: R. Lievens, "Boekbespreking van het boek van W. Stannat, Das Leben der heiligen Elisabeth in drei mitteldeutschen Handschriften aus Wolfenbüttel", in: Leuvense Bijdragen, Bijblad, jaargang 49 (1960). Blz. 122-125. Bijzonderheden: De band (leer over textiel) is zeldzaam. De hierna volgende gegevens zijn rond 1985 tijdens een bezoek aan het Gemeentearchief Nijmegen mondeling medegedeeld door de codicologe mevrouw C. Lingier te Antwerpen. Volgens haar zijn zowel aan de voor- als aan de achterzijde drie katernen verdwenen. Aan de voorzijde betroffen het waarschijnlijk de schutbladen tezamen met een blad met de inhoudsopgave en twee katernen met teksten en aan de achterzijde katernen met heiligenlevens. Hoogstwaarschijnlijk werd het handschrift van waaruit dit exemplaar werd afgeschreven in tweeën gedeeld om sneller kopiëren mogelijk te kunnen maken. Dit exemplaars is van een en dezelfde kopiist. Fol. 70 is toegevoegd. Katern 8 is er uitgescheurd. Vermoedelijk is het tweede deel (vanaf fol. 71) eerder ontstaan dat het eerste gedeelte (tot en met fol. 70). Beide onderdelen echter zijn van meet af aan in één band (de huidige) ingebonden geweest. Van de band valt nog het volgende te vermelden. De inlassen zijn afkomstig van een ouder herstel (16de eeuw?). Hiervan is ook afkomstig het dekblad, waaronder het oude dekblad (deels) nog aanwezig is. In de universiteitsbibliotheek van Utrecht wordt een zusterexemplaar bewaard. Bedoeld is hier een handschrift naar hetzelfde origineel is gekopieerd (Signatuur: 8 K 26)., z.j., 1 deel
Summa collacionum ad omne genus hominum de re publica Gelderland, 1446 Handschrift, papier, 2 + 104 + 1 bll., Latijn Vroegere bezitters: Klooster Hessenberg te Nijmegen ("Dit boick hoirt den susteren op den Heeschenberch toe" op het schutblad voorin) Aard werk: Systematische opgezette, moralistische verhandeling waarin gedragsregels worden gegeven voor mensen uit alle rangen en standen van de maatschappij met talrijke aanhalingen uit en verwijzigingen naar de Bijbel en werken van zowel christelijke als voor-christelijke schrijvers. Op fol. 1.ro - 4. ro bevindt zich een overzicht van de inhoud, terwijl op fol 4. ro tevens de proloog tot de eigenlijke summa begint. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz. 12 - Geurts 1989, blz. 164 - Van Dongen 1994, deel 3, blz. 61-62, 1446, 1 deel
Jan Bottelgier (Jehan le Boutillier) Somme Rurael Delft, (Jan Jacobszoon van der Meer), 1483 Druk, Papier, 2 + 440 + 3 bll., Nederlands Vroegere bezitters: Willem van Mulickom ("W V Muilicum" op fol. 1. ro). Van Mulickom was raadsvriend van Nijmegen sinds 1598, in 1600 werd hij schepen. Aard werk: Vertaling uit het Frans van de Somme rural van Jean le Boutillier (ca. 1340 - 1395/96), die verschillende hoge ambtelijke functies bekleedde te Doornik en omstreken. Met zijn Somme heeft Bottelier een "rechtsboek" willen maken voor het gebied van Henegouwen, Doornik en omgeving en het huidige Frans-Vlaanderen. Voor de samenstelling ervan heeft hij gebruik gemaakt van het aldaar geldende gewoonterecht, maar vooral ook van het geleerde recht. Gezien de vele door Bottelgier opgenomen praktijkvoorbeelden kon het ook gebruikt worden als een handboek voor de rechtspraktijk. De titelpagina ontbreekt. Op fol. 3. ro - 8. ro bevindt zich een inhoudsopgave. De fol. 227. vo - 228. vo zijn blanco gelaten voor het intekenen van een boem des geslachtes ter illustratie van de erfrechtelijke gradenberekening, waarvan sprake is in de tekst. Literatuur: - G. Van Dievoet: "Jehan Boutillier en de Somme Rural", Leuven 1951 - Geurts en Nissen 1984, blz. 28-29 - Geurts 1989, blz. 171-172 Bijzonderheden: Onder de naam van de eigenaar Van Mulickom op fol. 1. ro vindt men zijn huismerk en de zinspreuk: "Lijden unde mijden is den reden mijn, wanner Godt wil, zal hett beeter sijnn". Op fol. 440. vo vindt men in een zestiende-eeuwse hand de spreuk: "Ama Deum per orbem". Enige andere optekeningen op deze folio zijn onleesbaar gemaakt. De mededeling op pag. 29 van Geurts en Thissen 1984 dat de Delfse vertaling aangepast zou zijn aan de rechtspraktijk in de Nederlanden berust op een achterhaalde opvatting (vergelijk hiervoor Dievoet a.w. pag. 110 e.v. ). Voorde samenstelling, 1483, 1 deel
(Liber usualis) ca. 1550 Handschrift, papier, 104 + 3 bll. Latijn Vroegere bezitters: Zuster Elisabeth Kivids van het klooster Bethlehem te Nijmegen ("Dit hoert toe Elisabets Kivids van Bethleem binnen Nymegen" op fol. 105. ro). Aard werk: Eenvoudig en kort liber usualis, een handboekje voor de koordienst dat inhoudelijk gezien bestemd moet zijn geweest voor gebruik in een vrouwenklooster. Te denken valt hier aan een Birgitinessenklooster vanwege de speciale aandacht voor de H. Birgitta, die steeds nadrukkelijk "mater" wordt genoemd. Blijkens de colofon was het in gebruik bij zuster Elisabeth Kivids van het Nijmeegse klooster Bethlehem. Het feit dat zij toestemming had van haar overste om dit boekje privé te mogen gebruiken wordt expliciet vermeld. In het klooster Bethlehem wordt namelijk een augustijner regel gevolgd. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz. 20 - Geurts 1989, blz. 170 Bijzonderheden: Op fol. 104. vo en 105. ro bevindt zich in rode inkt de reeds vermelde colofon. Daarin is het jaartal 1554 met zwarte inkt verbeterd uit het oorspronkelijke jaartal 1665, dat een kennelijke verschrijving moet zijn geweest. Om deze verbetering te verdoezelen zijn de beginletters van de woorden 'Oversten" en " Anno" eveneens met zwarte inkt overgetrokken. Door het Museum van Oudheden in 1892 door aankoop verworven (Zie het verslag van het museum over 1892)., ca. 1550, 1 deel
Joannes Damascenus De Fide Orthodoxa Parijs, Henricus Stephanus, 1507. Druk, papier, 1 + 120 bll., Latijn Samengebonden met nummer 11 (2) Vroegere bezitters: Klooster Hessenberg te Nijmegen (op de voorzijde van het schutblad voorin tweemaal: "Conventus Sororum Hessenbergensium"). Aard werk: Theologisch werk van Sint Joannes van Damascus (ca. 650-vóór 754), uit het Grieks vertaald door de Franse priester en humanist Jacobus Faber Stapulensis (Jacques Lefèvre d' Étaples, ca. 1450 - 1536). De oorspronkelijke titel luidt: --------- (Pègè gnooseoos; dit is: de bron van kennis). In het westen stond het werk bekend onder de aangegeven Latijnse titel. Het werk is onderverdeeld in vier boeken en voorzien van een inhoudsopgave per boek en per hoofdstuk, die aanvangt op fo. 115. ro. Op 117. vo volgt een register van eigennamen uit de tekst. Literatuur: - Geurts en Nissen, blz. 13-14 - Geurts 1989, blz. 150-151 en 159 - Van Dongen 1994, deel 3, blz. 81-82, 1507, 1 omslag
Eusebius Hieronymus Stridonensis Libri duo contra Jovinianum cum argumento D. Erasmi Roterodami 's-Hertogenbosch (Silvae Ducis), Johannes Turnhout, 1551. Druk, papier, 1 + 168 bll., Latijn Samengebonden met Codices 37(2) Vroegere bezitters: Op de titelpagina:"Theodoricus Vianensis" (Dirk van Vianen) en binnen op de perkamenten kaft aan de voorzijde: "Theodoricus Vianensis me iure possidet". Aard werk: Uitgave van de door de kerkvader Hiëronymus (overl. omstreeks 420), geschreven weerlegging van de dwaalleer van Jovinianus (overl. vóór 406) dat het geloof voldoende is zonder de werken. De strijdvraag hierover werd in de zestiende eeuw opnieuw actueel. Hieruit valt te verklaren dat Erasmus (1469 - 1536) deze uitgave van een voorwoord (argumentum), waarin hij Hiëronymus bijvalt, heeft voorzien. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz 30 - Geurts 1989, blz 172. Bijzonderheden: Deze uitgave is hier en daar met halve bladen doorschoten en voorzien van aantekeningen in een 16de-eeuwse hand, waaronder een aantal spreuken. Dergelijke aantekeningen zijn ook aangebracht op de binnenzijde van de kaft, de beide schutbladen en tussen en naast de tekst in het boek zelf. Het voorste schutblad is een fragment van een officiale op perkament uit de 15de eeuw. Het achterste schutblad is een blad uit een gedrukte Latijnse spraakkunst uit de eerste helft van de 16de eeuw., 1551, 1 deel
Georg Witzel Postilla (...) super evangelia et epistolas de tempore et de sanctis per totum annum, Latine sedulo reddita, interprete Gerhardo Lorichio Hadamario Keulen, Petrus Quentel, 1545 Druk, 1 + 301 + 1 bll., Latijn Vroegere bezitters; Klooster Mariënburg te Nijmegen (Liber Montis Mariae in Novimagio. Sub custodia rectoris {Johan van} Lijnt). Aard werk: Latijnse vertaling, bezorgd door Gerhardus Lorichius, van het commentaar (postillen) van Georgius Witzel of Wicelius (1501 - 1573) op de teksten van de evangelies en epistels van de zondagen van het kerkelijk jaar. De postillen van Wicelius zijn als volgt ingericht. Na elke pericoop volgt eerst een korte algemene toelichting. Vervolgens wordt de tekst van de pericoop in delen ontleed en per onderdeel van commentaar voorzien. In het boek hebben de postillen op de pericopen volgens het tijdeigen en die volgens het eigen der heiligen elk een eigen paginering, lopende van resp. pag. 1-351 en pag. 1-143. Het titelblad geeft de titels van vier toegevoegde bijdragen van Lorichius. Met demegoria is waarschijnlijk de opdracht of proloog bedoeld die aanvangt op fol. c. vo. De elenchus is de index op namen en zaken, die begint op fol. G. ro. De sectiones met de elucidatio daarna begint na de tweede groep postillen van Wicelius op pag. 144. De sectiones zijn het commentaar van Lorichius op de postillen van Wicelius. Literatuur - Geurts en Nissen 1984, blz. 6 - Geurts 1989, blz. 171 Bijzonderheden: - Zie voor Johan van Lynt: Gemeentearchief Nijmegen, Oud-Archief Nijmegen (O.A.N.), Regest nr. 690 (1558; "pater" van het klooster Marienborch). - De eerste 32 pagina's zijn gefolieerd van A tot P. - De binnenzijden van de platten van de band zijn beplakt met bladen uit een 15de-eeuwse handschrift van vermoedelijk moraal-theologische aard., 1545, 1 deel
(Petrus van Herentals) {Collectarius super librum psalmorum (psalmen 126 - 140)] (Nijmegen), 1504 Handschrift, papier, 1 + 346 bll., Nederlands. Vroegere bezitters: Klooster Hessenberg te Nijmegen ("Item dit boeck hoert te Nijmegen opten Heessenberch anders geheiten Sancte Petersberch den susteren vander dorder regelen Sancte Franciscus" op fol. 342. vo) Aard werk: Zie codices 28. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz. 10-11 - Geurts 1989, blz. 169 - Van Dongen 1994, deel 3, blz.80-81 Bijzonderheden: Blijkens de colofon op fol. 342. vo is dit werk afgeschreven door zuster Foels Hoeymans. Aangenomen mag worden dat de Codices 28 en 29 deel hebben uitgemaakt van een complete serie handschriften met psalmencommentaren van Petrus van Herentals. Los inliggend een briefje met de tekst: "Te Nymmagen opten Hessenberch is gestorven ons lief suster Zan van Mekeren, professet. Bid om Gods wil trouweli(c) voer hoer siel. Sij sterf..."., 1504, 1 deel
Spieghel der Meechden (boek 1 tm 6) s. 15b Handschrift, perkament, 2 + 292 + 2 bll., Oostnederlands Vroegere bezitters: Klooster Mariënburg te Nijmegen ("Dit boeck hoert toe int covent der susteren op Marienberch gheleghen buten Nimmeghen bider stat mueren" op het schutblad voorin) Aard werk: Mystiek tractaat, bestemd voor vrouwelijke religieuzen, geschreven in de vorm van een dialoog tussen twee fictieve personen, genaamd Theodora en Pelgrim. Op fol. 2. ro begint de proloog, die tevens een indeling geeft in twaalf hoofdstukken ("boecen"), waarvan dit handschrift echter slechts de zes eerste bevat. Gezien de dikte van dit boekwerk is het aannemelijk dat er nog een boekband moet zijn geweest van een vergelijkbare omvang met de overige zes in de proloog vermelde hoofdstukken. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz. 7-8 - Geurts 1989, blz. 150 en 165-168 - Van Dongen 1994, deel 3, blz. 88-89 Bijzonderheden: Door het Museum van Oudheden in 1869 aangekocht uit de nalatenschap van P.C.G. Guyot te 's-Gravenhage (Zie het verslag van het museum over 1869)., z.j., 1 deel
Antoninus Florentinus Summa Theologica cum tabala Johannis Molitoris (pars II) Spiers, Peter Drach, 1487 Druk, papier, 1 + 358 + 1 bll., Latijn Codices nrs. 4 en 5 behoren bij elkaar (twee delen van één werk) Vroegere bezitters: Klooster Hessenberg te Nijmegen ("Liber Sororum Hesenberch in Noviomagio", gestempeld op het dekblad voorin), Jacobus Verdunck te Nijmegen, Alardus Versondert, pastoor van Sevenum, Johannes Versondert ("Jacobus Verdunck Neomagiensis utendem dedit hunc librum Alardo Versondert pastori Zevenheimensi. In cuius usum succedit iure haereditario Johannes Versondert" in 17de-eeuwse handen op de binnenzijde van het eerste schutblad). Rijksarchief in de provincie Limburg (gestempeld: "Rijksarchief in Limburg" op voorzijde van tweede schutblad). Stadsbibliotheek van Maastricht (gestempeld: Bibliotheca Mosae Traiectensis" eveneens op tweede schutblad). Aard werk: Vervolg van Codices nr. 4, voorafgegaan door een hoofdstuksgewijze inhoudsopgave van alléén dit deel. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz. 16 - Geurts 1989, blz. 155-157 - Van Dongen 1994, deel 3 blz. 73-74 Bijzonderheden: Volgens vriendelijke mededeling van de heer T.H.P.M. Janssen van het Gemeentearchief Venlo werd Alardus Versondert op 11 februari 1578 te Sevenum geboren; was hij al in ieder geval al vanaf 1609 pastoor in zijn geboorteplaats; werd hij in 1621 tevens deken van het Land van Kessel en moet hij vóór 14 juni 1639 zijn overleden. Verdere gegevens over hem in: Spinninghe. Geschied- en heemkundig opstellen over Sevenum 1990, p. 66 en 67. In 1923 door het Museum van Oudheden door ruiling verkregen van de Stadsbibliotheekvan Maastricht. (Zie het verslag van het museum over 1923)., 1487, 1 deel
Biblia cum tabula nuper impressa et cum summariis noviter edites. Venetië, Simon Bevilaque, 1498. Druk, papier, 1 + 528 + 1 bll. Latijn Vroegere bezitters: Godefridus Helmondt (?), in rode inkt op de titelpagina; Henricus (?), in zwarte inkt eveneens op de titelpagina. Aard werk: Met kleine houtsneden geïllustreerde Bijbel, bevattende het gehele Oude en Nieuwe Testament, met voorin een sterk verkorte inhoudsopgave per boek met verwijzigingen naar de vindplaatsen en achterin een alfabetisch register op eigennamen en zaken, alsmede een lijst met verklaringen van Hebreeuwse namen en begrippen van Albertus Brunus. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz. 29 - Geurts 1989, blz. 158 Bijzonderheden: De titelpagina bevat in een zestiende-eeuwse hand een fragment van een tekst in het Latijn over de zeden en gewoonten van de Brahmanen, waarschijnlijk ontleend aan de Collatio Alexandri cum Dindimo ("Hec de moribus de Brahmanorum ex epistola Didimi ad Alexandrum excerpta sunt."). Deze Collatio is een van de belangrijkste zogenaamde Indische Traktaten, gegoten in de vorm van een briefwisseling tussen Alexander de Grote en koning Dindimus. Tusssen de regels van de tekst en daaronder staan, behalve de naam "Theodesis", enige zedenspreuken genoteerd in verschillende zestiende-eeuwse handen, onder andere ontleend aan de Bijbel. Op folio 528. vo (laatste pagina) vindt men een lijstje met verkorte aanduidingen van vindplaatsen van enige Bijbelteksten en voorts wederom enkele zedenspreuken. Dit alles in zestiende-eeuwse handen. Als schutblad aan de voorzijde dient een afgesneden perkamenten blad uit een vijftiende-eeuwse officiale met aan weerszijden teksten, deels op muziek, behorend tot de liturgie van het feest van Johannes de Doper (24 juni). Dit blad is gefolieerd met I en II. Op de voorzijde van dit blad staan tussen de teksten enige nauwelijks leesbare aantekeningen geschreven in een zeer klein zestiende-eeuws handschrift. Het schutblad aan de achterzijde is eveneens een afgesneden perkamenten blad, waarschijnlijk uit hetzelfde officiale, en geeft op de voorzijde (fol. III) naast een alleluia-vers op muziek een fragment uit het evangelie van Johannes. De oorspronkelijke tekst op de achterzijde van dit blad (fol. IV) is sterk vervaagd en opnieuw gebruikt voor aantekeningen in een vrijwel onleesbaar geworden zestiende-eeuwse hand., 1498, 1 deel
(Petrus van Herentals) {Collectarius super librum psalmorum (psalmen 1 - 37) } (Nijmegen), 1503 Handschrift, papier, 1 + 415 + 1bll., Nederlands Vroegere bezitters: (Klooster Hessenberg te Nijmegen) Aard werk: Het werk begint op fol. 2. ro met een algemene inleiding over de psalmen. Vanaf fol. 10 vo worden per psalm aan de hand van tekstfragmenten toelichtingen gegeven, die de auteur deels laat ondersteunen door teksten uit werken van kerkvaders en -leraren. Literatuur: - Geurts en Nissen 1984, blz. 10 - Geurts 1989, blz. 168-169 - Van Dongen 1994, deel 3, blz. 79-80 Bijzonderheden: Blijkens de colofon op fol 410. vo is dit werk afgeschreven door zuster Stijn van Rade. Aangenomen mag worden dat de Codices 28 en 29 deel hebben uitgemaakt van een complete serie handschriften met psalmencommentaren van Petrus van Herentals. Omdat Codices 29 blijkens het eigendomsmerk heeft toebehoord aan het klooster Hessenberg, wordt aangenomen dat zulks ook met dit handschrift het geval is geweest., 1503, 1 deel