509 Registers van de Burgerlijke Stand Nijmegen 1811 - 2016


Rubriek: 1.4 Overlijden
1862-1874 'Tafels', alfabetische naamindexen op de akten van de overlijdensaangifte, 1811 - 1985, 13 deel
Archiefvormer
Geautoriseerde naamPublieksdienst
Andere namenPD
Soort entiteitOrganisatie
Type instellingOverheid
Datering1991-1998
PlaatsNijmegen Korte Nieuwstraat 6
RechtsvormOverheid
 Zie uitgebreide beschrijving in Kennisbank Huis van de Nijmeegse Geschiedenis
Voorganger(s)Secretarie gemeente Nijmegen
Gemeentearchief Nijmegen
Archiefvormer
Geautoriseerde naamSecretarie gemeente Nijmegen
Soort entiteitOrganisatie
Type instellingOverheid
Datering1810-1991
PlaatsNijmegen Korte Nieuwstraat 6
Nijmegen Nieuwstraat 2
Nijmegen Lange Nieuwstraat 2
Nijmegen Korte Burchtstraat
RechtsvormOverheidsorgaan
 Zie uitgebreide beschrijving in Kennisbank Huis van de Nijmeegse Geschiedenis
Voorganger(s)Stadsbestuur Nijmegen
Opvolger(s)Bestuursdienst
Publieksdienst
Geschiedenis van het archiefOp 1 januari 1811 werd, na de inlijving van Nederland bij Frankrijk, voor de stad Nijmegen de Code Napoléon ingevoerd, waarmee het opstellen van akten en het bijhouden van registers van de burgerlijke stand een gemeentelijke taak werd. Er dienden vier verschillende registers te worden aangelegd: van geboorteaangiften, van huwelijken en echtscheidingen, van overlijdensaangiften en van huwelijksaangiften (ondertrouw) en afkondigingen. Om een beginpunt voor de registratie te hebben, werd ook besloten om de maires (burgemeesters) opdracht te geven de kerkelijke doop-, trouw- en begraafregisters over te nemen (de zogenaamde 'retroacta van de burgerlijke stand').
De wetgeving met betrekking tot de burgerlijke stand bleef ook na het vertrek van de Fransen in 1813 van kracht, al werden de akten vanaf de totstandkoming van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 in het Nederlands opgesteld en niet langer in het Frans.
Al snel volgde aanvullende wetgeving, ook aangaande de verplichtstelling van het aannemen van vaste achternamen en de regulering van voornaamgeving. In 1817 leidde de Militiewet tot vermelding van de militiegegevens in de huwelijksakte, hetgeen weer kwam te vervallen met de invoering in 1838 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek, waarin overigens ook de mogelijkheid van adoptie werd afgeschaft. Bij wet d.d. 24 juni 1879 werd bepaald dat de huwelijksaangiften en de huwelijksafkondigingen voortaan in twee afzonderlijke registers moesten worden bijgehouden. In 1913 werd een zesde register geïntroduceerd: het register van huwelijkstoestemmingen. Bij wet d.d. 1927 werden vrouwen toegelaten als getuigen in akten van de burgerlijke stand. Op 31 mei 1934 werd bij wet het register van huwelijksafkondigingen afgeschaft per 1 januari 1935; ook de verplichte twee getuigen bij de geboorteakten werden afgeschaft en voor de overlijdensakten werden de verplichte twee getuigen vervangen door één aangever, van wie de eventuele familierelatie met de overledene niet langer werd genoemd. Wetgeving d.d. 26 januari 1956 maakte adoptie weer mogelijk, voor het eerst sinds 1838. Op 1 januari 1970 trad Boek 1 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek in werking, waarin o.a. werd geregeld: versoepeling van de regels voor geboorteaangifte, afschaffing van de erkenning bij de huwelijksakte, grotendeels vervanging van leeftijdsvermeldingen in de akten door geboortedata, het verdwijnen van vermelding van dispensaties uit de huwelijksakten, vereenvoudiging van het stelsel van huwelijkstoestemmingen. Op 1 januari 1995 werd de zogenaamde 'Wet Mulder' ingevoerd, waarin onder andere: afschaffing van het register van huwelijkstoestemmingen, afschaffing van de kantmelding en introductie van de 'latere vermelding', niet langer vermelden van beroepen in de diverse akten, afschaffen van de vermelding van huwelijksgetuigen in de huwelijksakten (per 1 januari 1997 heringevoerd); ook werd het register van huwelijksaangiften afgeschaft. Per 1 januari 1998 werd het geregistreerd partnerschap ingevoerd, en daarmee ook het register van de desbetreffende akten. Op 1 april 2001 werd bij wet het huwelijk opengesteld voor partners van gelijk geslacht.
Op 16 september 1969 heeft de Minister van CRM bij beschikking de gemeentebesturen gemachtigd om met de formele overbrenging van de registers naar de archiefbewaarplaats te wachten tot deze honderd jaar oud waren, in afwijking van de toen geldende Archiefwet 1962 (art. 5); op 11 juli 1984 volgde een beschikking waarbij de overbrenging van geboorteregisters werd opgeschort tot zij honderd jaar oud zijn en die van huwelijks- en echtscheidingsregisters tot zij 75 jaar oud zijn, voor de overlijdensregisters gold vanaf toen weer dat zij na 50 jaar moesten worden overgebracht. Deze regeling geldt nog steeds, maar is sinds 1 januari 1995 opgenomen in art.1:17a, lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek. De nog niet overgebrachte delen berusten bij de secretarie van de gemeente, de reeds overgebrachte registers bij het gemeentearchief.
(bron: R.F. Vulsma, 'Burgerlijke stand en bevolkingsregister', Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag, 2002).

De Nijmeegse registers werden tot en met 1956 bijgehouden in vooraf ingebonden en gewaarmerkte delen; de akten waren grotendeels voorgedrukt en de relevante informatie werd met de pen ingevuld. Op last van de Minister van Justitie (AMvB 19 nov 1955) werden vanaf 1957 de akten getypt op losse bladen en bij afsluiting van het jaar ingebonden tot een register. In 1994 werd in het Besluit Burgerlijke Stand geregeld dat alle registers losbladig zijn en werden de akten gaande het jaar in ringbanden samengevoegd.
De akten die behoorden bij de in de loop der tijd afgeschafte registers van huwelijksafkondiging, -aangifte en -toestemming werden, voor zover zij nog werden opgemaakt, slecht beperkte tijd bewaard en konden vervolgens vernietigd worden. In Nijmegen zijn deze akten niet bewaard gebleven.
Tot 1919 viel het bijhouden van de registers van de burgerlijke stand rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van de stads- respectievelijk gemeentesecretarissen. Daarna werd de secretarie onderverdeeld in zeven afdelingen, waaronder de afdeling Burgerlijke Stand. Na de reorganisatie van 1958 werd dit het Bureau Burgerlijke Stand van Afdeling III, vanaf 1985 de afdeling Bevolking c.a. en vanaf 1992 viel de burgerlijke stand onder de Publieksdienst.
Hoewel de nog niet formeel overgebrachte en daarmee nog niet openbare registers berusten bij de Publieksdienst, worden zij wegens ruimtegebrek ten stadhuize na afsluiting van elk jaar fysiek overgeplaatst naar het depot van het Regionaal Archief Nijmegen (RAN).

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit item

Plaats een reactie

Uw naam
Uw e-mailadres
Reactie