3 Stadsgerichten Nijmegen 1410 - 1811


Rubriek: 2.4.3.7.2 Open testamenten
2589-2591 Protocol van open testamenten en tochten, 1793 - 1809, 3 deel
OrdeningHet Oud Rechterlijk Archief van Nijmegen kwam, na de opheffing der Stedelijke Rechtbank in 1811, na enige omzwervingen in 1880 terecht in het Rijksarchief in Gelderland.
In 1882 werd het aan de Gemeente Nijmegen in bruikleen gegeven. Door de toenmalige Archivaris der Stad, Mr. W. van de Poll, werd dit archief geïnventariseerd in de jaren 1883-1887. Gedurende deze werkzaamheden werden tweemaal belangrijke bestanddelen aan het Archief toegevoegd, zodat de inventaris, uiteindelijk voltooid en uitgegeven in 1890, een niet bevredigend geheel bood.
De inventaris van Mr. van de Poll heeft twee gebreken. Eerstens is de inventaris verdeeld in vier afdelingen, welke een eigen nummering hebben; een tot verwarring en onduidelijkheid aanleiding gevende omstandigheid. Het grootste bezwaar tegen deze inventaris is echter gelegen in het feit, dat door van de Poll niet is gestreefd naar een reconstructie van de rechterlijke organisatie van Nijmegen, zonder welke een inventarisatie van het archief onmogelijk moet heten. We mogen hem hierom niet hard vallen; waarschijnlijk heeft hij de archieven in zodanige toestand van verwarring aangetroffen, dat een ordening uiterst moeilijk was, Dat hij het Schepenprotocol, dat behoudens grote hiaten vrij regelmatig doorloopt en duidelijk als zodanig te herkennen is, verbroken en op twee verschillende plaatsen in de inventaris ondergebracht heeft, kan men het moeilijker vergeven. Ook in de datering van enige delen heeft hij zich laten misleiden door een foutieve oude hand, zodat enige delen van het Schepenprotocol een eeuw verkeerd geplaatst zijn. Het schrift doet op het eerste gezicht vermoeden, terwijl vergelijkingen met de namen der Schepenen zekerheid kan geven.
Bij deze inventarisatie is er allereerst naar gestreefd de organisatie van het Nijmeegse Gericht te reconstrueren. Bij de beschrijving der series gaf dit tot weinig moeilijkheden aanleiding en werd een alleszins bevredigend geheel verkregen. Bij de beschrijving der onderscheiden processen, te beschouwen als bijlagen bij de diverse series, werd de beoordeling moeilijker. Door van de Poll zijn van enkele processen stuksgewijze beschrijvingen gemaakt; het merendeel der bijlagen is door hem onder een verzamelnummer gebracht. Hier is zo goed als geen onderscheid gemaakt tussen de processen; er bleek maar zelden, voor welk gericht een proces gevoerd was. De bijlagen zijn als archiefstukken van de tweede rang behandeld; op diverse bundels is de aantekening geplaatst: "van weinig waarde"; een kwalificatie, die een inzicht geeft in de gevolgde methode.
Om tot een juiste rangschikking te komen, is besloten tot het tijdrovende werk der reconstructie van de proces-dossiers. Dit heeft geleid tot een ver doorgevoerde beschrijving van het Archief, waardoor tevens verrassende inzichten in de aard en organisatie der verschillende Gerichten verkregen zijn. In beginsel is aangenomen, dat de proces-dossiers gerangschikt zijn na het Protocol van het Gericht, waarvoor de zaak diende. Het is misschien niet in alle gevallen gelukt deze dossiers bij het juiste Gericht te plaatsen. De stukken zelf zijn over het algemeen zeer onvolledig bewaard gebleven, terwijl in de series van het Protocol zoveel hiaten voorkomen, dat een vergelijking der proces-dossiers met het Protocol slechts een gedeeltelijke oplossing kon brengen. Speciale moeilijkheden deden zich voor met betrekking tot het Buitengericht. De processen van dit Gericht waren moeilijk te onderscheiden van die van het civiel Schepengericht. Het resultaat van de ordening van deze processen bestaat vooral in een beter inzicht in de aard van dit Gericht.
Deze inventarisatie is tevens aanleiding geweest om een aantal vrij belangrijke stukken, die tot nu toe in het Stadsarchief berustten en kennelijk bij het Rechterlijk Archief behoren, met dit Archief te herenigen. Het zijn de nummers 59-62, 166-168, 173, 1141, 1794, 1795 en 2628.
In het Archief was een zeer gering spoor van een vroegere ordening te onderkennen. Sommige der bijlagen bij het Protocol, de proces-dossiers, dragen een kenmerk of een nummer. Het is zeer aannemelijk, dat men vroeger een verzameling processen heeft gevormd, waarbij wellicht geen onderscheid gemaakt werd tussen de verschillende Gerichten. Bij deze inventarisatie bleek een reconstructie van deze min of meer hypothetische toestand niet te verdedigen, vooral daar te weinig gegevens waren overgebleven om deze oude ordening te herstellen.
De indeling van de inventaris en de onderlinge rangschikking der Gerichten berust op de van ouds gebruikelijke verdeling van het Nijmeegse Gericht in: Raad, Burgemeestersgericht, Schepengericht en Buitengericht. 1). De in inventarissen van rechterlijke archieven veel gebezigde indeling in crimineel, civiel en volontair kon dus in deze inventaris niet gevolgd worden, omdat ze niet overeenkomt met de organisatie der Gerichten. Voor het derde Gericht: Het Schepengericht, lag deze verdeling echter voor de hand.

1) Het is de bedoeling geweest de Gerichten in de bovengenoemde orde te rangschikken zonder een nader verband te zoeken tussen deze Gerichten. Er is te weinig bekend van de historische groei en ontwikkeling der Gerichten, waardoor een in de Inventaris tot uitdrukking gebracht verband der Gerichten onderling een moeilijk verdedigbare veronderstelling zou worden.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit item

Plaats een reactie

Uw naam
Uw e-mailadres
Reactie