| Archiefvormer | Stedelijk Gymnasium Nijmegen |
|---|---|
| Archief | 188 Stedelijk Gymnasium Nijmegen |
| Soort entiteit | Organisatie |
| Type instelling | Overheid |
| Datering | 1842 |
| Plaats | Nijmegen, St. Stevenskerkhof D699 (1842 - 1881) Nijmegen, Kronenburgersingel 73 (1881 - 1931) Nijmegen, van Schevichavenstraat 6 (1931 - 1999) Nijmegen, Kronenburgersingel 269 (1999 - heden (2025)) |
| Voorganger(s) | Latijnse School |
| Algemene context | Vanaf de middeleeuwen werden in Nederlandse steden Latijnse scholen gesticht om jonge mannen voor te bereiden op een religieus bestaan of een universitaire studie. Het lesprogramma bestond grotendeels uit studie van de Latijnse taal en literatuur, maar gaandeweg werd ook in andere vakken onderwijs gegeven, bijvoorbeeld filosofie. Vanaf de vijftiende eeuw nam, mede onder invloed van het humanisme (in Nederland vooral onder Erasmus), de belangstelling voor de klassieke Griekse en Romeinse oudheden sterk toe en werd ook Grieks een hoofdvak. In het begin van de negentiende eeuw ontstonden op de Latijnse scholen tweede afdelingen, waarin naast Grieks en Latijn andere vakken werden onderwezen zoals wiskunde, aardrijkskunde, Nederlands en moderne vreemde talen (vooral Frans was in die tijd belangrijk als Europese cultuurtaal). Deze scholen werden gymnasiën genoemd. De inrichting van de gymnasia werd pas definitief geregeld bij de Wet op het Hoger Onderwijs van 1876. Toen ontstonden het gymnasium-alfa, met aanvankelijk vooral de nadruk op (klassieke) talen en geschiedenis, en het gymnasium-bèta, waar behalve klassieke en moderne talen ook wiskunde, natuurkunde en scheikunde werden bestudeerd. Vanaf het begin van de twintigste eeuw ontstonden lycea, waarbinnen het gymnasium gecombineerd werd met de hogere burgerschool (H.B.S.). Sinds de invoering van de Mammoetwet in 1968 is het gymnasium een vorm van voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo). Sommige gymnasia zijn categoraal, andere maken onderdeel uit van scholengemeenschappen. |
| Geschiedenis | In 1842 werd de Latijnse School in Nijmegen een Stedelijk Gymnasium. Bij raadsbesluit van 24 maart 1865 werd het een gymnasium met vierjarige cursus. De zogeheten tweede afdeling aan de school werd gesloten. De hoger onderwijswet van 28 april 1876 had consequenties voor de gymnasia. In 1878 kwam er een nieuw leerplan, waarna enkele jaren een gymnasium oude stijl en een gymnasium nieuwe stijl naast elkaar bestonden. De nieuwe, weer zesklassige school kreeg een ruimere rijkssubsidie, die het de gemeente mogelijk maakte een nieuw schoolgebouw annex rectorswoning te bouwen. Op 6 september 1881 werd deze nieuwbouw aan de Kronenburgersingel geopend (dit gebouw van architect Weve werd in 1971 afgebroken). Op dat moment telde de school 41 leerlingen, 13 leraren en een claviger (portier/bewaker). Rond 1926 telde de school ongeveer 120 leerlingen, en in 1931 verhuisde het Stedelijk Gym naar het gebouw van de voormalige Rijkskweekschool aan de Van Schevichavenstraat. In 1991 vond opnieuw een verhuizing plaats naar het gebouw van de voormalige technische school aan de Kronenburgersingel. Het Stedelijk Gymnasium was met bijna 1350 leerlingen (schooljaar 2016/17) een van de grootste categorale gymnasia van Nederland, hoewel het leerlingenaantal weer is gedaald (circa 1000 in 2025). |
| Functies, beroepen of activiteiten | Taak van het gymnasium: het geven van voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) aan leerlingen, met speciale aandacht voor de klassieke talen en culturen. Taken van het curatorium: 1. het al dan niet bevorderen van leerlingen, op basis van een overgangsexamen aan het einde van het jaar, mochten de leraren het niet eens zijn met elkaar; 2. het benoemen (en ontslaan) van niet-onderwijzend personeel (claviger, amanuensis e.a.) en het opstellen van een aanbevelingslijst (samen met de inspecteur) voor onderwijzend personeel (de beslissing lag bij de gemeenteraad); 3. het beoordelen van leraren. Taak van de rector: het dagelijkse bestuur van het gymnasium, waaronder het leiden van het onderwijzend personeel. |
| Structuur of genealogie | Tot 1 augustus 1968 werd het gymnasium bestuurd door een rector, welke onder toezicht stond van het curatorium, met onder hem één of meerdere conrectoren. Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Nijmegen had het 'oppertoezicht' op de school. In praktijk betekende dit dat het curatorium het meest te zeggen had en de rector vrij machteloos was. Het curatorium bestond uit vijf personen, aangesteld door de gemeenteraad voor een periode van vijf jaar. Elk jaar trad één van de curatoren af, alhoewel zij wel direct herkozen konden worden. Het curatorium beval kandidaten aan, waarvan de gemeenteraad vaak de eerstgenoemde koos. De curatoren waren altijd mannen, vaak met vooraanstaande posities in de Nijmeegse samenleving, zoals arts, jurist, professor of politicus. Met de invoering van de Mammoetwet op 1 augustus 1968 werd het curatorium opgeheven. Hun taken werden grotendeels overgenomen door de rector; het college van burgemeester en wethouders behield het 'oppertoezicht'. Zowel de curatoren als de rector hielden hun eigen archieven bij, welke in de periode 1842 - 1968 onder aparte rubrieken in de inventaris zijn te vinden. Na de invoering van de Mammoetwet is er geen sprake meer van aparte, naast elkaar lopende archieven. De rectoren sinds 1842: 1842 - 1863: J.J Kreenen 1864 - 1873: J.B. Kan 1874 - 1899: J. Meuleman 1899 - 1926: P.V. Sormani 1926 - 1949: M.A. Schwartz* 1949 - 1965: N. Prins 1965 - 1982: K.H.E. Schutter 1982 - 2000: P.H. Broerse 2000 - heden (2025): R. van Bruggen * rector Schwartz werd van mei 1942 tot januari 1944 gevangen gehouden door de Duitse bezetter. Conrector Prins nam in die tijd zijn functie over. |
| Bron(nen) | Jong, dr. J.A.B.M. de, Nijmegen, monumenten uit een rijk verleden Meer van Kuffeler, J.C.F. van der, De voormalige illustre school en academie te Nijmegen, 1980 Nijhoff, P. Een gedeelte uit de Geldersche Volksalmanak, Arnhem, 1864 Schevichaven, H.D.J. van, Penschetsen uit Nijmegen's verleden, deel II, Nijmegen, 1901 Schevichaven, H.D.J. van, Oud-Nijmegens kerken, klooster, gasthuizen, Stichtingen en openbare gebouwen, Nijmegen, 1909 |