751 Gemeente Ewijk 1818 - 1980


Rubriek: 1.2.2.1.6.1.3 Verlies
2478-2506 Dossiers inzake de verkoop van niet in erfpacht uitgegeven onroerende zaken, alfabetisch geordend op (achter)naam van de koper, 1936 - 1980 (1984); met hiaten; met kaarten, 28 omslag; 1 pak
VerwervingIn 1995 besloot de gemeente Beuningen haar oude archieven tot 1 juli 1980 te laten inventariseren door het Gemeentearchief Nijmegen, tegenwoordig Regionaal Archief Nijmegen. Dit gebeurde in het kader van een sterk door de provincie gestimuleerd plan om te komen tot regionaal archiefbeheer in het Rijk van Nijmegen en het Land van Maas en Waal. In 1996 werden de archieven van de voormalige gemeente Ewijk en haar rechtsvoorgangers ter inventarisatie overgeplaatst naar het Regionaal Archief Nijmegen. In het jaar 1999 heeft de gemeente Beuningen besloten om haar oude archieven blijvend in Nijmegen te laten berusten. Hiertoe heeft zij het Regionaal Archief Nijmegen formeel als haar archiefbewaarplaats aangewezen.
AanvullingenIn maart 2016 zijn de inventarisnummers 4390 en 4391 toegevoegd. In oktober 2018 aanvulling register Burgerlijke Stand.
SelectieHet archief is vrij volledig. Selectieve vernietiging van stukken uit de periode 1818-1930 heeft vermoedelijk niet plaats gehad; uit het dossierarchief 1930-1980 is wel vernietigd. (1)

Tijdens de inventarisatie (1996-2005) is een aantal archiefbescheiden ter vernietiging geselecteerd op grond van de in 1983 in de Staatscourant gepubliceerde 'Lijst van voor vernietiging in aanmerking komende bescheiden uit de archieven van gemeentelijke en intergemeentelijke organen, dagtekenende van na 1850' en de daarop verschenen aanvullingen. Hierbij is de nodige terughoudendheid in acht genomen. Het belangrijkste argument hiervoor was dat er over kleine gemeenten als Ewijk relatief weinig andere omvangrijke historische bronnen voorhanden zijn.
Bij aanvang van de inventarisatie bedroeg de omvang der archieven 137 strekkende meter; slechts 27,5 meter zijn ter vernietiging voorgedragen en in 2005 daadwerkelijk vernietigd. Het resterende gedeelte, 109,5 meter, is in deze inventaris beschreven.

1) In de dossierinventaris (inv. nrs. 2439-2440) zijn de beschrijvingen van vernietigde stukken door de registratuur doorgehaald onder vermelding van het vernietigingsjaar.
OrdeningOude orde

De gemeentelijke archieven bestaan voor een groot deel uit series. De series ingekomen en uitgaande stukken (1818-1980) behoeven wellicht enige toelichting. Tot 1924 zijn vrijwel alle ingekomen stukken ingeschreven in chronologische agenda's. Een groot deel van de ingekomen stukken is ondergebracht in één omvangrijke serie, gevormd volgens het agendastelsel, waarbij de stukken jaarlijks zijn geordend op agendanummer. In de negentiende eeuw zijn echter ook veel (geagendeerde) ingekomen stukken niet in de grote algemene serie ondergebracht, maar - niet altijd even consequent - op onderwerp tot rubrieken geordend of in zaakdossiers geborgen. In deze gevallen paste de administratie dus een rubrieken- en dossierstelsel toe. De nadere toegangen op de ingekomen stukken (agenda's en trefwoordenindexen) hebben dus niet alleen betrekking op de grote algemene serie ingekomen stukken, maar verwijzen ook naar bescheiden die in rubrieken en dossiers zijn ondergebracht.

De gemeentelijke administratie van Ewijk hield vanaf 1818 tot 1924 kopieboeken van uitgaande stukken bij. Staten die de gemeente periodiek voor hogere overheden diende op te stellen, zijn hier meestal niet in afgeschreven, maar veelal per onderwerp bewaard als concept, minuut of afschrift. Vermoedelijk waren de oude staten, waarop men in volgende gevallen graag terugviel, zo beter binnen handbereik.

In de periode 1924 - 1930 hanteerde de administratie een rubriekenstelsel, waarbij de ingekomen én de uitgaande stukken onderwerpsgewijs zijn geordend tot rubrieken. Een belangrijke archivistische breuk ligt op 1 juli 1930, toen het dossierstelsel werd ingevoerd, waarbij de stukken zaaksgewijs werden geordend tot dossiers. Deze werden gerangschikt volgens de Basisarchiefcode van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. (1) Zoals gebruikelijk zijn overigens niet alle stukken volgens dit dossierstelsel geordend: een aantal series, bijvoorbeeld de raadsnotulen, viel er buiten. Men is de Basisarchiefcode blijven hanteren tot de opheffing der gemeente Ewijk in 1980.


Oude toegangen

De oudst bekende toegang tot de gemeentelijke archieven is een plaatsingslijst van omstreeks 1820. Hierin is een honderdtal 'pacqueten' met archiefbescheiden opgesomd in de volgorde waarin zij ter secretarie werden bewaard. De plaatsing der pakketten vertoonde weinig logica. Bestanddelen van de verschillende archieven stonden door elkaar heen; onderdelen van één serie trof men vaak niet bij elkaar aan. (2) Omstreeks 1850 beschikte de gemeentelijke administratie over een 'inventaris van alle gemeentestukken ter secretarie aanwezig'. (3) Deze toegang is tijdens de huidige inventarisatie niet aangetroffen.

In 1900 en in 1910 zijn 'inventarissen' opgemaakt van de gemeentelijke archieven, zoals die zich in het gemeentehuis te Ewijk bevonden. Anders dan de benaming doet vermoeden gaat het echter niet om archiefinventarissen (waarin de beschrijvingen der archiefbestanddelen systematisch zijn ingedeeld), maar om plaatsingslijsten, die de bestanddelen opsommen in de volgorde waarin zij in de loketten en kasten zijn aangetroffen. Ook in deze lijsten worden de verschillende archieven niet onderscheiden. Sommige loketten en kasten bevatten stukken over één onderwerp, andere stukken over allerlei onderwerpen.

Als gevolg van de reeds genoemde verhuizingen aan de vooravond van de samenvoeging van Ewijk met Beuningen schijnen de statische archieven van de gemeente Ewijk en haar rechtsvoorgangers in wanorde te zijn geraakt. (4) Daarom is omstreeks 1986 opnieuw een plaatsingslijst opgemaakt (wederom 'inventaris' genoemd). Deze lijst bevat veel globale beschrijvingen die vaak onvolledig, onnauwkeurig en soms zelfs onjuist zijn. Ook ditmaal worden de verschillende archieven niet onderscheiden. De afbakening in tijd is onduidelijk: enkele series zijn beschreven tot aan de invoering van de zaaksgewijze ordening in 1930; andere lopen veel langer door. Hoewel de plaatsingslijst pas omstreeks 1986 is samengesteld en dus eigenlijk geen deel uitmaakt van de archieven waarop zij betrekking heeft, is zij uit praktische overwegingen wel in deze archiefinventaris opgenomen. (5) Datzelfde geldt voor een inhoudsopgave van dossiers inzake de verlening van bouwvergunningen uit de periode 1922 - 1928, samengesteld omstreeks 1992. (6)

Periodisering, indeling van de inventaris

In de oude plaatsingslijsten worden de verschillende archieven onder gemeentelijk beheer niet onderscheiden. In deze inventaris is wel een onderverdeling aangebracht op grond van belangrijke institutionele en archivistische cesuren. De archieven der gemeenten Ewijk en Winssen (1810 - 1817), en van de door de samenvoeging gevormde nieuwe gemeente Ewijk (1818 - 1980) zijn afzonderlijk beschreven. Laatstgenoemd archief is in twee blokken onderverdeeld. De cesuur ligt bij de invoering der zaaksgewijze ordening, per 1 juli 1930. Enkele series die buiten die ordening vielen, bijvoorbeeld de raadsnotulen, zijn naar datering in de desbetreffende blokken geplaatst. Stukken die over een cesuur heen gaan zijn in het jongste blok geplaatst, terwijl zij in het oudere blok een verwijzing door middel van 'blanco nummers' hebben gekregen.

In deze inventaris wordt onderscheid gemaakt tussen 'stukken van algemene aard' (waar men archiefbestanddelen aantreft die stukken over een groot aantal onderwerpen bevatten) en 'stukken betreffende afzonderlijke onderwerpen'. De indeling der 'stukken betreffende afzonderlijke onderwerpen' in (sub-)rubrieken is ontleend aan de Basisarchiefcode. Binnen de rubrieken zijn de beschrijvingen chronologisch geplaatst, tenzij een systematische indeling meer voor de hand lag. Het is voor de gebruiker wellicht verleidelijk om bij een bepaalde vraagstelling direct binnen de 'stukken betreffende afzonderlijke onderwerpen' te gaan zoeken in de van toepassing zijnde rubriek. Men zij er echter op bedacht dat een groot deel der archieven is beschreven onder de 'stukken van algemene aard'. In veel gevallen verdient het dus aanbeveling om ook deze stukken te raadplegen.

Een gering aantal bescheiden dat strikt genomen afkomstig is van zelfstandige archiefvormers (namelijk de gemeenteontvanger, de ambtenaar van de burgerlijke stand, het college van zetters voor de directe rijksbelastingen en de commissie tot wering van schoolverzuim) is niet als aparte archieven behandeld. Dit zou de overzichtelijkheid van de inventaris niet ten goede komen. De beschrijvingen van de desbetreffende stukken treft men aan in de van toepassing zijnde rubrieken.

1) Inv. nr. 456, rubriek 97, 6 juni 1930; het college aan het registratiebureau der VNG; inv. nrs. 458 en 2423.
2) Inv. nr. 398.
3) Inv. nr. 479: gemeenteverslag over 1851.
4) Mededeling van K. Scholten (gemeente Beuningen), 1996.
5) Inv. nr. 1371.
6) Inv. nr. 1450.
BronnenAdam, H.B.N.B., e.a. Inventaris van de archieven der gewestelijke besturen in de Bataafs-Franse tijd in Gelderland, 1795-1813. Arnhem, 1982-1983; 7 delen (Gelderse inventarissenreeks, nr. 21).
Beekman, A.A., W.A.F. Bannier en J.W. Welcker. Geschiedkundige atlas van Nederland: de Republiek in 1795 met de heerlijkheden, ambachten enz. Den Haag, 1913.
Berkel, G. en K. Samplonius. Het plaatsnamenboek: de herkomst en betekenis van Nederlandse plaatsnamen. Houten, 1989.
Blécourt, A.S. de. De organisatie der gemeenten gedurende de jaren 1795-1851. Haarlem, 1903.
Borch tot Verwolde-Swemle, E.C. van der. Het huis Doddendael. Overloon, 1977 (Nederlandse Kastelen, nr. 38).
Buurman, D.J.G. 'Schets van de opeenvolgende bestuursindelingen in Gelderland vóór de invoering van de provinciale wet van 1850'. Bijdragen en mededelingen der vereniging Gelre 57 (1958), blz. 23-50.
Delhougne, E.M.A.H., e.a. Genealogieën. Nijmegen, 1957-1959; 3 delen.
Gorissen, F. Niederrheinischer Städteatlas/Geldrische Städte, 1. Heft: Nimwegen. Kleef, 1956 (Publikationen der Gesellschaft für Rheinische Geschichtskunde, nr. 51).
Hendriks, H.J.J., M.J. Steenkamer en A.G. Mustert. Nijmegen onder raadpensionaris, koning, keizer en souvereine vorst. Zutphen, 1971 (Geldersche Historische Reeks, nr. 2).
Huurman, P. en A. Ewijk-Winssen in grootmoeders tijd. Zaltbommel, 1986.
Klaver vier boek. [Beuningen, 1980].
Kocken, M.J.A.V. Van stads- en plattelandsbestuur naar gemeentebestuur: proeve van een geschiedenis van ontstaan en ontwikkeling van het Nederlandse gemeentebestuur tot en met de Gemeentewet van 1851. Den Haag, 1973.
Martens van Sevenhoven, A.H. 'Schets van de geschiedenis der burgerlijke gemeenten in Gelderland vóór de invoering der gemeentewet van 1851'. Jonkheer mr. A.H. Martens van Sevenhoven: een keuze uit zijn geschriften. Arnhem, 1977 (Werken der vereniging Gelre, nr. 35), blz. 203-257.
Nillesen, J.A. en J. van den Eijnden. Sociaal-economisch structuuronderzoek der gemeente Ewijk. Arnhem / Nijmegen, 1956.
Overvoorde, J.C. Geschiedkundige atlas van Nederland: de rechterlijke indeeling na 1795. Den Haag, 1915.
Ramaer, J.C. Geschiedkundige atlas van Nederland: de Fransche tijd (1795-1815). Den Haag, 1926.
Ramaer, J.C. Geschiedkundige atlas van Nederland: het koninkrijk der Nederlanden (1815-1931). Den Haag, 1931.
Roos, T. en J. de. Gemeentehuizen in Gelderland: van Aalten tot Zutphen. Arnhem / Groningen, 1995 (Werken der vereniging Gelre, nr. 46).
Schaïk, R. van. Belasting, bevolking en bezit in Gelre en Zutphen (1350-1550). Hilversum, 1987 (Middeleeuwse studies en bronnen, nr. 6).
Volmuller, H.W.J. Nijhoffs geschiedenislexicon: Nederland en België. Den Haag / Antwerpen, 1981.
Vries, W. de. Bijdragen tot de geschiedenis van het rechterlijk bestel in Gelderland, I: rechtsgebieden gelegen in het kwartier van Nijmegen. Arnhem, 1965 (overdruk uit de Bijdragen en mededelingen der vereniging Gelre 49-60).
[Wagenaar, J.]. Tegenwoordige staat der Verenigde Nederlanden, derde deels, eerste stuk, Gelderland. Amsterdam, 1740.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit item

Plaats een reactie

Uw naam
Uw e-mailadres
Reactie