Zoeken in dit archief



 

758 Gemeente Balgoij en Keent 1811 - 1923


Hoofdcategorie1 Openbaar bestuur
Subcategorie1.1 Bestuursinstellingen
ArchiefvormerGemeente Balgoij en Keent (1810-1923)
PlaatsBalgoij
Periode1811 - 1923
Bereik en inhoudHet secretariearchief van de voormalige gemeente Balgoij en Keent bestrijkt de periode 1811 - 1923. De begindatum 1811 hangt samen met de datering van de oudste stukken van het archief: een aantal akten uit 1811. Het jaar (1776) geeft aan dat er tevens een klein aantal stukken daterende van vóór 1811 in het archief aanwezig is, waarvan het oudste, een akte van transport, dateert uit 1766. Het verband van deze stukken met het archief is niet geheel duidelijk; aangezien deze stukken echter voornamelijk betrekking hebben op eigendommen lijkt het waarschijnlijk, dat de gemeente op een gegeven moment in het bezit is gekomen van deze eigendommen, waardoor deze stukken als retroacta naar de gemeente zijn overgegaan. De einddatum 1923 hangt samen met de opheffing van Balgoij en Keent als zelfstandige gemeente; met ingang van 1 mei 1923 werden Balgoij en Keent namelijk bij de gemeente Overasselt gevoegd. Een aantal archiefstukken is overigens ook na deze datum nog bijgehouden, zoals de perceels gewijze kadastrale leggers (inv. nrs. 468 - 469) en de daarbij behorende verwijzingsregisters (inv. nrs. 470 - 471). De kern van het archief wordt gevormd door een groot aantal series: akten, ingekomen en minuten van uitgaande stukken, agenda's, notulen- en brievenboeken en financiële stukken als begrotingen, grootboeken, rekeningen en mandaten. Daarnaast bestaat het archief uit een kleiner aantal losse stukken, waarin geen oorspronkelijke ordening te herkennen viel.
AantekeningenIn de raadsvergadering van 5 augustus 1854 werd door de gemeenteraad van Balgoij en Keent een instructie vastgesteld voor de gemeentesecretaris. Volgens artikel 2 van deze instructie moest de secretaris het archief van de gemeente "ordelijk in een daartoe geschikt lokaal, ter beoordeling van Burgemeester en Wethouders bewaren" en was hij "onder het toezicht van laatstgenoemde met de zorg voor het archief belast".11) Het is niet bekend of er ook inderdaad een speciaal lokaal als archiefbewaarplaats is ingericht. In elk geval blijkt het archief in 1878 bij burgemeester J. de Bruijn thuis bewaard te worden. In de raadsvergadering van 21 september 1878 gaf de burgemeester namelijk te kennen, "dat het wenselijk zou zijn het op dat moment bij hem bewaard wordende archief der gemeente naar de onderwijzerswoning over te brengen, uithoofde er geen kasten als eigendom der gemeente aanwezig zijn en daarvoor geen voldoende bewaarplaats heeft". Er werd conform dit voorstel besloten en "goed gevonden een geschikt lokaal met de nodige kasten te doen daarstellen".5) In de raadsvergadering van 26 oktober 1878 deelde de voorzitter mee, dat de hoofdonderwijzer inmiddels aan Burgemeester en Wethouders te kennen had gegeven, dat hij liefst beneden een kamer aan de gemeente wilde afstaan op voorwaarde dat voor hem boven een kamer in orde zou worden gebracht. De raad besloot hierop na de vergadering naar de onderwijzer te gaan "ten einde te beslissen welk lokaal voor de gemeente bestemd zal worden om dat van de nodige kasten te kunnen voorzien".5) Uit de raadsnotulen van 7 december 1878 blijkt vervolgens, dat de hoofdonderwijzer, H. Janssen, zich beklaagd heeft over het feit, dat door de raad op 26 oktober was besloten in de onderwijzerswoning een raadkamer en secretarie in te richten. De raad antwoordde daarop, dat er "vooralsnog geen sprake is geweest
van secretarie of raadkamer, maar alleen in de vergadering van 21 september bevorens met algemene stemmen is goedgevonden een lokaal van de nodige kasten voorzien tot berging van het gemeentearchief te maken, waaromtrent door Burgemeester en Wethouders met de hoofdonderwijzer was overeengekomen.5) Door de drankwet van 1881 moest er evenwel een nieuwe secretarie en raadkamer komen. Op 31 juli 1883 besloot de raad daarom toch tot de uitvoering van een plan om een raadkamer en secretarie in te richten in een gedeelte van het
achterhuis van de onderwijzerswoning.5) In september 1884 was de verbouwing gereed en in februari 1885 blijkt het gemeentearchief overgebracht te zijn naar de nieuwe secretarie. In de raadsvergadering van 7 februari 1885 werd op voorstel van wethouder J. van Haren namelijk besloten aan W.J.C. de Bruijn te Balgoij een beloning van 10 gulden toe te kennen voor zijn bemoeiingen inzake het overbrengen van het gemeentelijk archief naar de secretarie.5)
Na de samenvoeging van de zelfstandige gemeente Balgoij en Keent met de gemeente Overasselt op 1 mei 1923 is het archief waarschijnlijk overgebracht naar het gemeentehuis van Overasselt aan de Schoonenburgseweg in Overasselt. In 1939 werd het gemeentehuis van Overasselt verbouwd en werd er tevens een gewapend betonnen kluis bij aangebouwd, die vooral bedoeld was om archiefbescheiden in te bewaren.12) Bij een inspectie-bezoek op 8 augustus 1947 bleek dat de provinciaal archiefinspecteur niet tevreden was met de door hem aangetroffen archiefbescheiden. Bij brief van 11 augustus 1947 werd het gemeentebestuur dringend aangeraden om een derde stalen rek in de archiefkluis te laten aanbrengen, zodat ook het oudere gedeelte van het archief en de archiefbescheiden van de voormalige gemeente Balgoij en Keent, die buiten de kluis in houten kasten waren opgeborgen, in de kluis brandvrij konden worden bewaard.12) In 1972 werden alle archiefbescheiden van de gemeente Overasselt (dus ook het archief van de voormalige gemeente Balgoij en Keent) overgebracht naar de nieuwe gemeentesecretarie aan de Hoogstraat 7, de verbouwde voormalige R.K. pastorie. Vervolgens werden, vooruitlopend op de vrijwillige samenvoeging van de gemeente Overasselt met de gemeente Heumen, in 1978 een gemeenschappelijke secretarie gevormd en werden de archiefbescheiden overgebracht naar de secretarie te Malden.12)

Over de lotgevallen van het archief van het in 1895 opgerichte Algemeen of Burgerlijk Armbestuur van Balgoij en Keent is weinig bekend. Uit het in de raadsvergadering van 30 april 1895 vastgestelde "reglement voor de Burgerlijke Instelling van Weldadigheid" blijkt, dat één van de drie Armmeesters als secretaris belast was met het schrijven van alle van het Bestuur uitgaande stukken, hiervan afschrift diende te houden en die afschriften met de andere hem toevertrouwde papieren, boeken en dergelijke diende te bewaren.6) Het is niet bekend of deze stukken bij de secretaris van het Armbestuur thuis of ter gemeentesecretarie werden bewaard. Het archief van de heerlijkheid Balgoij en Keent is in de loop van deze eeuw grotendeels verloren gegaan; wat bewaard is gebleven, is gedeeltelijk en langs allerlei wegen uiteindelijk terecht gekomen op het Rijksarchief (Periode 1744 - 1810, 0,50 m., geïnventariseerd) in Arnhem. Het is niet bekend wat er met de overige archiefstukken is gebeurd. Iemand die het archief nog gekend heeft is W.A. van Spaen en hij heeft een manuscript-inventaris nagelaten, die in regestvorm de inhoud van de door hem aangetroffen originele bescheiden bevat.13) Daarnaast verschaft het archief van het kapittel van St. Jan, dat bewaard wordt in het Rijksarchief te Utrecht, nog een aantal gegevens over de heerlijkheid Balgoij en Keent vanaf het midden van de 13e eeuw.

5. Secr. Arch. B. en K., inv. nr. 4
6. Secr. Arch. B. en K., inv. nr. 5
11. Secr. Arch. B. en K., inv. nr. 3
12. Inventaris secretariearchief gemeente Overasselt, 1937 - 1959, door L. Jansen, Malden 1983
13. "De hoge heerlijkheid Balgoij en Keent", door Mr. W. de Vries, in Gelre/Bijdragen en Mededelingen, deel LIII blz. 5, Arnhem 1953
OpenbaarheidDeels openbaar
Omvang10,208 m.
ToegangInventaris van het archief van de Gemeente Balgoij en Keent 1811 - 1923
Auteur: Schaart, B.
Plaats: Nijmegen
reagerenbestellenlinkembed