280 Nederlands Hervormde Gemeente Nijmegen Stad en Land 1591 - 1995


Rubriek: 2 Aanvulling op het archief van de Nederlands Hervormde Gemeente te Nijmegen, 1798-1995
110-116 Lidmatenboeken (naamlijst der lidmaten), 1881 - 1977, 7 deel
Ordening1. Algemeen

In enkele gevallen waren archiefstukken in het verkeerde archief terechtgekomen. Die bescheiden zijn weer ondergebracht in het juiste archief. Ook zijn archiefstukken uit het "Archief van Kerk en Kapittel van Sint Steven" in deze inventaris opgenomen, daar ze met zekerheid afkomstig zijn uit de onderhavige archieven 1). De archieven zijn in een vrij ordentelijke staat en overigens gescheiden van elkaar aangetroffen. In het oog springend is de grote omvang van het archief van de kerkvoogdij in verhouding tot de archieven van de kerkeraad en de siaconie. De materiële staat van de archivalia is overwegend goed. Slechts enkele stukken verkeren in een zodanige staat, dat inzage niet verantwoord is. Naast de reeds genoemde lijsten van aanwezige archiefstukken (p. XIV-XVI) is niets gebleken van eventueel vroeger verrichte werkzaamheden om de archieven te ordenen of te beschrijven. Bij de verwerving in 1980 en 1981 hebben geen noemenswaardige vernietiging van archiefbescheiden plaatsgevonden. Bij de inventarisatie zijn alleen dubbelen afgescheiden.

De begindatum is 1591, van welk jaar doopinschrijvingen dateren, die zich in het oudste notulenboek van de kerkeraad bevinden 2). Het oudste stuk van voor 1591 is een retroactum uit 1474 3). Een "Copie oder legerboeck", aangelegd in 1600, bevat afschriften van akten vanaf 1351 4). Bij het vaststellen van de einddatum van de inventaris is de datum van fusie, 1 april 1948, bepalend geweest. Archivalia, daterend van na deze datum, zijn niet in deze inventaris opgenomen, tenzij het registers betroffen, die voor de fusie zijn aangelegd en tot na 1 april 1948 zijn bijgehouden. Deze stukken behoren tot de archieven van de Nederlands Hervormde Gemeente Nijmegen "Stad en Land". Het stuk met de jongste gegevens is een huwelijksregister, bijgehouden tot en met 1972 5). Op basis van archivalia uit de archieven van kerkeraad en kerkvoogdij is een drietal bronnenpublicaties samengesteld 6).

De beschreven archieven, die een lengte bestrijken van circa 16 strekkende meters, zijn door de Nederlands Hervormde Gemeente Nijmegen "Stad en Land" in 1978, 1980 en 1981 in bewaring gegeven aan het gemeentearchief te Nijmegen. De archieven zijn openbaar met dien verstande, dat het inbewaringgegevene, voorzover het jonger is dan 50 jaar, voor derden slechts toegankelijk is met machtiging van de bewaargever. Bij de inventarisatie is gebruik gemaakt van de "Richtlijnen inzake de zorg voor de archieven der Nederlandse Hervormde Kerk".


2. Kerkeraad

Tot 1830 vergaderde de algemene kerkeraad als enig bestuurscollege, bestaande uit predikanten, ouderlingen en diakenen. Vanaf dat jaar werd het reglement op de kerkeraden van kracht en vergaderde de kerkeraad ook zonder diakenen. Zo ontstond een tweede serie notulenboeken, die tot 1912 doorloopt 7). Onduidelijk is gebleven op grond waarvan deze bijzondere of smalle kerkeraad haar werkzaamheden heeft beëindigd.

Bij de inventarisatie werd een gering aantal stukken van na 1811 los aangetroffen zonder enige waarneembare ordening. Over de periode 1846 - 1879 ordende de scriba de ingekomen stukken chronologisch en gebruikte hij een doorlopende nummering. Vanaf 1880 - 1890 werden de ingekomen stukken onderscheiden en geordend in drie categorieën 1. Ingekomen stukken afkomstig van de kerkvoogdij en van het college van notabele 2. Circulaires en 3. De overige ingekomen stukken. De bovengenoemde, chronologisch geordende, ingekomen stukken van 1846 - 1879 werden toen met terugwerkende kracht in deze drie categorieën verdeeld. Deze ordening is bij de inventarisatie gehandhaafd, aangezien terugbrengen naar de oorspronkelijke, eerste ordening slechts een geringere toegankelijkheid tot gevolg zou hebben. Aldus ontstond voor de periode 1846 - 1901 een blok ingekomen stukken, op een uniforme wijze geordend. De ingekomen stukken van voor 1846 en uit de periode 1901- 1919, die ongeordend werden aangetroffen, zijn bij de inventarisatie ook op deze wijze geordend. Uit de periode 1919 - 1940 zijn op onverklaarbare wijze geen ingekomen en minuten van uitgegane stukken bewaard gebleven. De correspondentie van 1941 - 1946 was en is chronologisch geordend.

Bij de opheffing van de grote kerkeraad volgens artikel 19 van het in 1852 ingevoerd algemeen reglement voor de Nederlandse Hervormde Kerk werd ten aanzien van het archief besloten, dat het zou "blijven berusten bij den Nederduitschen, met dien verstande dat aan den Walschen Kerkeraad steeds vrij zal staan daaruit copy te nemen"8). Het is daarom als gedeponeerd archief in deze inventaris opgenomen 9).


3. Diaconie

Over de periode 1653 - 1799 zijn de afschriften van ingekomen en uitgegane stukken door de boekhouder van de diaconie samengevoegd in twee banden, die met II en III 10) zijn genummerd. Nummer I, het "Diaconeninstructieboek" genoemd, ontbreekt; het is niet duidelijk welke periode dit deel bestreek en of er ook correspondentie bij was ingebonden. Vanaf 1800 is nagenoeg alle correspondentie verloren gegaan tijdens de oorlogsbrand op 18 september 1944. De in wanorde aangetroffen stukken betreffende vaststelling, taxatie en afwikkeling van oorlogsschade over 1945 - 1956, toegebracht aan panden van de diaconie zijn bij de inventarisatie per straat geordend 11).

De bejaardentehuizen Levensavond en Juliana-oord, geopend in 1925 respectievelijk 1932, zijn gesticht door de diaconie 12). Het toezicht op de exploitatie werd gevoerd door drie diakenen, die ook de jaarrekeningen opmaakten, waarna deze werden opgenomen in de jaarrekeningen van de diaconie. De overige administratie werd rechtstreeks door de diaconie gevoerd.


4. Kerkvoogdij

De door en uit de algemene kerkeraad benoemde provisionele Financiële commissie was rekening en verantwoording schuldig aan de kerkeraad. De door de commissie opgemaakte jaarrekeningen moesten worden goedgekeurd door de kerkeraad, die een afschrift behield voor haar archief 13). In 1860, toen het provisionele karakter van deze commissie verviel, betekende dat voor haar geen autonomie. De nieuwe instructie voor de commissie schreef onder meer voor, dat zij een legger van bezittingen 14) moest opmaken, waarvan een afschrift 15) verzonden moest worden naar de algemene kerkraad. Bij de overdracht van het archief van de financiële commissie door afgevaardigden uit de kerkeraad aan het onafhankelijke college van kerkvoogden na de opheffing van de financiële commissie, werd de kerkvoogdij ook in het bezit gesteld van een register houdende opgave van bezittingen toebehorende aan de kerkvoogdij, waarover dit college in de toekomst het beheer zou voeren 16).

De rekening over 1807 - 1809 bevindt zich in het "Archief van Kerk en Kapittel van Sint Steven" 17), omdat de provisionele financiële commissie destijds weigerde enige onbetaalde rekeningen van voor haar installatie te voldoen. De benodigde afhoring door de raad van de stad Nijmegen kon daarom niet plaatsvinden. Vanaf de benoeming van de provisionele financiële commissie, die oorspronkelijk slechts werd geacht het beheer te voeren, totdat de Franse wetten dit zouden regelen, werden er de eerste jaren twee verschillende jaarrekeningen opgemaakt. Een jaarrekening van ordinaire inkomsten en uitgaven door de kerkmeester en een jaarrekening van extra-ordinaire inkomsten en uitgaven door de kasbewaarder van de provisionele financiële commissie. Toen J.J. Keer in 1819 als kerkmeester aftrad, werd er geen opvolger benoemd. De beide jaarrekeningen werden vanaf 1820 samengevoegd tot één jaarrekening, op te maken door de kasbewaarder.

De secretaris-kerkvoogd hanteerde bij de ordening van de ingekomen stukken hetzelfde chronologische systeem als de secretaris van de (provisionele) financiële commissie had gedaan. Van 1933 - 1949 echter is er sprake van een alfabetische ordening op naam van afzender en/of geadresseerde, waarbij de ingekomen en doorslagen van uitgegane stukken bij elkaar gehouden worden; bovendien is een scheiding aangebracht in de correspondentie van de secretariskerkvoogd, de penningmeesterkerkvoogd en de kerkelijke ontvanger 18), een functionaris, die vanaf 1921 een aantal werkzaamheden van de penningmeesterkerkvoogd waarnam 19).
1) De inventaris van dit archief is opgenomen in: J.A.B.M. de Jong, Het oud-archief der gemeente Nijmegen, Nijmegen 1960, deel I, p. 257-266.
2) Inv.nr. 1.
3) Inv.nr. 500.
4) Inv.nr. 441.
5) Inv.nr. 120.
6) Maris, A.J., Overluidingen van te Nijmegen overleden personen 1585 - 1587. In: De Nederlandsche Leeuw, jrg. LIII (1935), p. 247-251, 309-312; Orth, L.E., Doopinschrijvingen Nederduits Gereformeerde Gemeente Nijmegen (1591 - 1592). In: Zoeklicht op Nijmegen, genealogisch heraldische bundel, onder redaktie van L.W.M. van Berenbroek e.a., Nijmegen 1980, p. 91. Bovendien heeft H.D.J. van Schevichaven in zijn werk "De St. Stephenskerk te Nijmegen" (Nijmegen 1900) als bijlage uittreksels opgenomen uit de rekening van 1585 en 1586 )p. 253-279).
7) Inv.nr. 14 - 15.
8) Inv.nr. 149, notulen 15 december 1852.
9) Inv.nr. 149 - 152.
10) Inv.nr. 171 - 172.
11). Inv.nr. 203 - 218.
12) Inv.nr. 165, notulen 18 mei 1922 en inv.nr. 166, notulen 27 september 1927.
13) Inv.nr. 141 - 145.
14) Inv.nr. 442.
15). Inv.nr. 146.
16) Inv.nr. 443 en 147.
17) Zie: J.A.B.M. de Jong, Het oud-archief der gemeente Nijmegen, Nijmegen 1960, deel I, inv.nr. 4099.
18) Inv. nrs. 369-379.
19) Met dank aan de heren M. de Mol en J. Buylinckx voor hun hulp.
BronnenAlphen jr., M.W.L. van, Nieuw Kerlijk Handboek, Gouda 1903
Boom, H. ten, Geschiedenis van de kerkelijke instellingen, 's-Gravenhage 1980. (syllabus Rijksarchiefschool
Brinkhoff, J.M.G.M., Nijmegen vroeger en nu, Bussum 1971
Broos, W., Vijftig jaren zorg voor bejaarden, de geschiedenis van de tehuizen Levensavond en Julianaoord te Nijmegen, Nijmegen 1975
Haitjema, Th.L. , Nederlands hervormd kerkrecht, Nijkerk 1951
Janssen, J.A.M.M., De Nijmeegse predikanten in de periode 1591 - 1651, hun opvattingen en hun herkomst, Nijmegen 1976. (kandidaatscriptie)
Jong, G.J. de, Nederlandse kerkgeschiedenis, Nijkerk 1972
Kolman, R.J., De Reductie van Nijmegen (1591), voo- en naspel, Groningen/Djakarta 1952
Maris, A.J., De reformatie der geestelijke en kerkelijke goederen in Gelderland, in het bijzonder in het kwartier van Nijmegen, 's-Gravenhage 1939
Noordeloos, P., De resitutie der kerken in den Franschen tijd, Nijmegen/Utrecht 1937
Poort, W.A., Hervormd Neerbosch-Hees 1607 - 1957, Nijmegen 1957. In: Hervormd Weekblad, september 1957
Schevichaven, N.D.J. van, De St. Stephenskerk te Nijmegen, Nijmegen 1900
De Stevenskerk, Historische bijdragen bij gelegenheid van de voltooiing resturatie. In Numaga, tijdschrift gewijd aan heden en verleden van Nijmegen en omgeving, jrg. XVI, nr. 3 (1969) p. 189 - 386. (Ook als overdruk)

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit item

Plaats een reactie

Uw naam
Uw e-mailadres
Reactie